HR 21 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1940

Beklag, beslag ex art. 94 Sv n.a.v. Europees onderzoeksbevel van Slowaakse autoriteiten op gegevensdragers t.z.v. verdenking van deelname aan criminele organisatie die zich bezighoudt met handel in drugs. 1. Algemene beschouwingen m.b.t. toetsingskader beklagrechter bij klaagschrift ex art. 5.4.10.1 jo. 552a Sv dat is gericht tegen inbeslagname ter uitvoering van EOB. 2. Ongegrondverklaring beklag. 3. Afwijzing aanhoudingsverzoek. Ad 1. Systeem van EOB is gestoeld op beginsel van wederzijdse erkenning. Dat brengt met zich dat ruimte om af te zien van erkenning en tenuitvoerlegging van EOB beperkt is. Alleen als één van de in Richtlijn 2014/41/EU opgenomen weigeringsgronden van toepassing is, wordt erkenning en uitvoering van EOB geweigerd. Het is aan uitvaardigende staat om te beoordelen of grond bestaat EOB uit te vaardigen en te bepalen welke onderzoeksbevoegdheid meest geschikt is voor bewijsverkrijging en of toepassing van die bevoegdheid proportioneel is gelet op ernst van strafbaar feit. Materiële gronden voor uitvaardiging EOB kunnen alleen in uitvaardigende staat worden aangevochten. Bij behandeling klaagschrift ex art. 5.4.10.1 jo. art. 552a Sv doet rechter geen onderzoek naar gronden voor uitvaardigen EOB, waarvan uitvoering heeft geleid tot indiening klaagschrift. Rechter toetst evenmin proportionaliteit van inbeslagneming van daarop volgende overdracht van voorwerpen die bewijsmateriaal betreffen waarop EOB betrekking heeft. Het staat wel ter beoordeling aan rechter of zich grond voordoet voor weigering of uitstel van erkenning of uitvoering van EOB. Daarnaast kan rechter in voorkomende gevallen beoordelen of bevoegdheid waarmee uitvoering is gegeven aan EOB, rechtmatig is toegepast. Rechter moet zich daarbij beperken tot onderzoek naar formaliteiten waaraan inbeslagneming moet voldoen. Verweren die raken aan rechtmatigheid van voortduren van beslag moeten, gelet op beginsel van wederzijdse erkenning, door rechter van uitvoerende staat buiten beschouwing worden gelaten. Verder staat in klaagschriftprocedure ter beoordeling of in beslag genomen voorwerpen bewijsmateriaal betreffen waarop EOB betrekking heeft en die uitvaardigende staat met dat bevel beoogt te verkrijgen. Daarbij is van belang dat EOB globaal mag zijn omschreven. V.zv. ter uitvoering van EOB inbeslaggenomen voorwerpen gegevensdragers betreffen is verder van belang dat als uitgangspunt geldt dat deze gegevensdragers (en niet kopie van inhoud daarvan) worden overgedragen aan uitvaardigende autoriteit. Dat is anders als uit inhoud EOB blijkt of anderszins door uitvaardigende autoriteit is aangegeven dat overdracht van zo’n kopie volstaat. Bij beoordeling klaagschrift is dus niet de vraag aan de orde of belang van strafvordering voortduren van beslag vordert. Aan systeem EOB ligt immers ten grondslag dat met uitvaardiging van EOB het belang van strafvordering in uitvaardigende staat wordt verondersteld aanwezig te zijn. Opmerking verdient nog dat in geval dat beklag wordt gedaan door verschoningsgerechtigde, de procedurele voorschriften van toepassing zijn als deze zijn uiteengezet in HR:2020:1970. Ad 2. Rb heeft terecht tot uitgangspunt genomen dat gronden waarop EOB is uitgevaardigd, niet ter beoordeling staan aan rechter die oordeelt over klaagschrift dat o.g.v. art. 5.4.10.1 jo. art. 552a Sv is ingediend. Verder heeft Rb geoordeeld dat inbeslaggenomen voorwerpen het bewijsmateriaal betreffen waarop EOB betrekking heeft en die uitvaardigende autoriteit met dat bevel beoogt te verkrijgen en dat zich geen grond voordoet die in de weg staat aan overdracht van inbeslaggenomen gegevensdragers aan Slowaakse autoriteiten ter uitvoering van EOB. Dat oordeel getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is, ook in licht van wat raadsman bij behandeling klaagschrift in raadkamer heeft aangevoerd, niet onbegrijpelijk. Ad 3. Aanhoudingsverzoek berust in de kern erop dat voor raadsman onvoldoende gelegenheid heeft bestaan voor voeren van overleg met klager over inhoud van inbeslaggenomen voorwerpen waarvan teruggave is verzocht. Oordeel Rb dat geen aanleiding bestaat voor aanhouden van behandeling klaagschrift, getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. HR neemt daarbij mede in aanmerking dat in geval als onderhavige, waarin ter uitvoering van EOB beslag is gelegd op gegevensdragers, in klaagschriftprocedure ter beoordeling staat of inbeslaggenomen voorwerpen het bewijsmateriaal betreffen waarop EOB betrekking heeft en die uitvaardigende staat met dat bevel beoogt te verkrijgen, en dat het aan uitvaardigende autoriteit is om na overdracht van voorwerpen onderzoek te verrichten aan beslagen voorwerpen. Volgt verwerping.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken