Art. 5.4.9 Sv, (Overdracht resultaten)
Wetboek van Strafvordering (Sv)
1. De officier van justitie stelt de resultaten van de uitvoering van het Europees onderzoeksbevel zo spoedig mogelijk ter beschikking aan de uitvaardigende autoriteit. Indien overeenkomstig artikel 5.4.10 een klaagschrift is ingediend of nog kan worden ingediend, vindt de overdracht van de resultaten eerst plaats nadat onherroepelijk is beslist op het klaagschrift.
2. De officier van justitie kan bij de afgifte aan de uitvaardigende autoriteit bedingen, dat over te dragen bewijsmateriaal zal worden teruggezonden zodra daarvan het voor de strafvordering nodige gebruik is gemaakt.
3. In afwijking van het eerste lid, kan indien de uitvaardigende autoriteit voldoende heeft gemotiveerd dat een onmiddellijke overdracht essentieel is voor het goede verloop van het onderzoek of voor de bescherming van de individuele rechten, aan de uitvaardigende autoriteit bewijsmateriaal vergaard ter uitvoering van het bevel voorlopig ter beschikking worden gesteld, indien en voor zover dit geen ernstige en onomkeerbare schade toebrengt aan de belangen van de belanghebbende. De voorlopige terbeschikkingstelling vindt plaats onder de voorwaarden dat het Nederlandse recht onverkort blijft gelden ten aanzien van de overhandigde resultaten en dat het gebruik daarvan als bewijsmiddel pas mogelijk is nadat deze definitief ter beschikking worden gesteld.
4. Indien de over te dragen resultaten van de uitvoering van het bevel van belang zijn voor andere procedures, kan de officier van justitie op uitdrukkelijk verzoek van en na overleg met de uitvaardigende autoriteit, bewijsmateriaal ter beschikking stellen aan de uitvaardigende autoriteit onder de voorwaarde dat het wordt teruggezonden wanneer de uitvaardigende autoriteit dat niet meer nodig heeft, dan wel op een ander door de bevoegde autoriteiten afgesproken tijdstip.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 21 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1940
- HR 18 mei 2021, ECLI:NL:HR:2021:744
- HR 18 mei 2021, ECLI:NL:HR:2021:679
- HR 6 februari 2024, ECLI:NL:HR:2024:177
- HR 16 april 2024, ECLI:NL:HR:2024:604
- HR 21 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:887
- Conclusie A-G Spronken 14 november 2023, ECLI:NL:PHR:2023:1021
- Conclusie A-G Spronken 1 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:1186
- Rb. Zeeland-West-Brabant 22 december 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:9419
- Rb. Zeeland-West-Brabant 22 december 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:9418
- Rb. Zeeland-West-Brabant 22 december 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:9416
- Rb. Rotterdam 27 september 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:10476
- Rb. Oost-Brabant 30 april 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:1826
- Conclusie A-G Spronken 9 januari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:23
- Conclusie A-G Harteveld 10 oktober 2023, ECLI:NL:PHR:2023:894
- Conclusie A-G Harteveld 10 mei 2022, ECLI:NL:PHR:2022:409
- Conclusie A-G Harteveld 2 maart 2021, ECLI:NL:PHR:2021:164
- Conclusie A-G Harteveld 2 maart 2021, ECLI:NL:PHR:2021:163
- Conclusie A-G Harteveld 2 maart 2021, ECLI:NL:PHR:2021:162
- Conclusie A-G Harteveld 30 november 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1218