HR 19 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1685
Beklag, beslag ex art. 94 Sv n.a.v. EOB van Belgische autoriteiten op diverse voorwerpen (o.m. laptops en telefoons) onder klager t.z.v. verdenking van oplichting, witwassen en computervredebreuk, waarna klager o.g.v. art. 5.4.10.1 jo. 552a Sv klaagschrift indient. Geheimhouding EOB. Kon Rb over klaagschrift oordelen zonder zelf kennis te nemen van EOB? Uit overwegingen Rb volgt dat OM het EOB niet aan Rb heeft overgelegd, maar dat OvJ heeft volstaan met het in grote lijnen schetsen van inhoud van EOB t.b.v. beoordeling van klaagschrift door Rb. Rb heeft aanhoudingsverzoek, dat erop was gericht dat OvJ alle stukken die betrekking hebben op zaak zou overleggen en dat Rb daarvan kennis zou nemen, afgewezen, omdat naar oordeel van Rb (nu OvJ bekend is met uitgevaardigd EOB) van bestaan van EOB moet worden uitgegaan. Vervolgens heeft Rb over klaagschrift geoordeeld zonder zelf kennis te nemen van EOB. Verplichting tot geheimhouding strekt zich echter niet uit tot rechter die over klaagschrift moet oordelen. Die rechter moet dat stuk immers in beoordeling van klaagschrift betrekken. Kennelijk oordeel Rb dat raadkamer zonder kennisneming van EOB over klaagschrift kon oordelen, is dus niet begrijpelijk. Volgt vernietiging en terugwijzing.
De uitspraak op rechtspraak.nl