HR 7 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1519
Beklag, beslag n.a.v. aanvankelijk mondeling gegeven en later schriftelijk uitgevaardigd EOB van Belgische autoriteiten op auto onder klager t.z.v. verdenking van ontvoering van zijn zoontje, waarna klager o.g.v. art. 5.4.10.1 jo. 552a Sv klaagschrift indient. Is voldaan aan essentiële voorwaarde voor inbeslagneming, nu t.t.v. inbeslagneming geen sprake was van schriftelijk uitgevaardigd EOB? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2021:1940 m.b.t. toetsingskader beklagrechter bij klaagschrift o.g.v. art. 5.4.10.1 jo. 552a Sv. Bij deze beoordeling moet rechter uitgaan van stand van zaken t.t.v. behandeling van klaagschrift (vgl. HR:2018:502). EOB is beslissing afkomstig van rechterlijke autoriteit van lidstaat van EU (met uitzondering van Denemarken en Ierland), die ertoe strekt in andere lidstaat één of meer bevoegdheden toe te passen met het oog op verkrijgen van bewijsmateriaal in strafzaak (art. 5.4.1.1 Sv). Zo’n EOB wordt opgesteld conform formulier in bijlage A bij Richtlijn 2014/41/EU (art. 5.4.1.4 Sv). Dit voorschrift houdt ermee verband dat lidstaat die EOB moet uitvoeren, (mede) met dat formulier wordt voorzien van informatie die van belang is voor te nemen beslissingen over erkenning en tenuitvoerlegging van EOB. Opvatting dat inbeslagneming van voorwerp niet is toegestaan op het moment dat in art. 5.4.1.1 Sv bedoelde beslissing, die ertoe strekt dat betreffend voorwerp met het oog op verkrijging van bewijsmateriaal in beslag wordt genomen, alleen mondeling kenbaar is gemaakt en EOB nog niet is opgesteld conform het in art. 5.4.1.4 Sv bedoelde formulier, vindt geen steun in het recht. Daarvoor is van belang dat inbeslagneming plaatsvindt met het oog op strafvorderlijk belang, maar dat dit belang niet is beperkt tot Nederlands strafvorderlijk belang (vgl. HR:2019:1694). Daaruit volgt dat toepassing van de in Nederlandse wetgeving neergelegde strafvorderlijke bevoegdheden om tot inbeslagneming over te gaan, waaronder bevoegdheid van art. 95 Sv, ook mogelijk is in geval waarin een in art. 5.4.1.1 Sv bedoelde beslissing al mondeling kenbaar is gemaakt (op grond waarvan strafvorderlijk belang bij inbeslagneming kan worden vastgesteld) maar EOB nog niet is opgesteld conform het in art. 5.4.1.4 Sv bedoelde formulier. Het enkele op dat moment nog ontbreken van dat formulier maakt inbeslagneming niet van onwaarde. Volgt verwerping.
De uitspraak op rechtspraak.nl