HR 5 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:511
Beklag, beslag ex art. 94 Sv n.a.v. Europees onderzoeksbevel van Belgische autoriteiten op auto onder klager t.z.v. verdenking van opzettelijke vernieling door ontploffing van explosief in bewoond flatgebouw gedurende de nacht, voorhanden hebben van handgranaat en deelname aan criminele organisatie. Proportionaliteit beslag. Kon Rb voorbijgegaan aan wat namens klager is aangevoerd over zijn persoonlijke belangen bij teruggave van inbeslaggenomen auto? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2021:1940 m.b.t. toetsingskader beklagrechter bij klaagschrift ex art. 5.4.10.1 jo. 552a Sv dat is gericht tegen inbeslagname ter uitvoering van EOB. Oordeel Rb strekt ertoe dat auto die in beslag is genomen, bewijsmateriaal betreft waarop EOB betrekking heeft en die uitvaardigende autoriteit met dat bevel beoogt te verkrijgen, en dat zich geen grond voordoet die in de weg staat aan overdracht van inbeslaggenomen auto ter uitvoering van EOB. Dat oordeel getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is, ook in het licht van wat raadsvrouw bij behandeling van klaagschrift in raadkamer heeft aangevoerd m.b.t. persoonlijke omstandigheden van klager, niet onbegrijpelijk. Beklagrechter toetst immers niet proportionaliteit van inbeslagneming en van daarop volgende overdracht van voorwerpen die bewijsmateriaal vormen waarop EOB betrekking heeft, en ook niet rechtmatigheid van voortduren beslag. Volgt verwerping.
De uitspraak op rechtspraak.nl