HR 18 mei 2021, ECLI:NL:HR:2021:679
Beklag, beslag ex art. 94 Sv n.a.v. Europees onderzoeksbevel van Belgische autoriteiten op telefoons en USB-sticks onder klager, waarna klager o.g.v. art. 5.4.10.1 jo. 552a Sv klaagschrift indient. Vordert belang van strafvordering voortduren van beslag op digitale gegevensdragers? Rb moest gelet op art. 5.4.10.3 jo. 552a Sv beoordelen of voorwerpen het bewijsmateriaal betreffen waarop EOB betrekking heeft en die uitvaardigende autoriteit met dat bevel beoogt te verkrijgen. Oordeel Rb strekt ertoe dat Nederlands OM als uitvoerende autoriteit i.c. niet kan volstaan met overdracht van (door OM te maken) kopieën van bestanden op in beslag genomen gegevensdragers maar dat die gegevensdragers zelf mogen en moeten worden overgedragen ter uitvoering van EOB en dat zich daarom geen grond voordoet voor teruggave van in beslag genomen gegevensdragers aan klager. Daarbij heeft Rb kennelijk betrokken dat uitvaardigende autoriteit blijkens EOB met het oog op verkrijgen van bewijsmateriaal in strafzaak de beschikking wil krijgen over volledige inhoud van gegevensdragers en dat met overdracht van die gegevensdragers het bewijsmateriaal waarop EOB betrekking heeft, in handen van uitvaardigde autoriteit wordt gesteld. Rb heeft verder geoordeeld dat het, na overdracht van gegevensdragers, aan uitvaardigende autoriteit is om te bepalen of, en zo ja op welke wijze nader onderzoek plaatsvindt aan gegevensdragers ter verkrijging van bewijsmateriaal. Daarin ligt tevens als oordeel besloten dat het i.c. niet aan Nederlands OM is om, alvorens tot overdracht over te gaan, kopieën te maken van de op gegevensdragers opgeslagen gegevens teneinde die aan klager ter beschikking te stellen. Deze oordelen getuigen niet van onjuiste rechtsopvatting en zijn niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping. Samenhang met 20/01189 Br.
De uitspraak op rechtspraak.nl