Conclusie A-G Spronken 31 mei 2022, ECLI:NL:PHR:2022:522
Conclusie AG. Beklag ex art. 5.4.10 lid 1 (EOB) jo. 552a Sv tegen beslag op partij gouden sieraden t.z.v. verdenking van witwassen. Twee middelen. M1: Dient de erkenning van een EOB door de OvJ te worden vastgelegd en zo ja, zijn er rechtsgevolgen als hiervan niet is gebleken? De AG stelt zich op het standpunt dat de erkenning van een EOB door de OvJ a.b.i. art. 5.4.2 lid 4 Sv is bedoeld als informatieverstrekking aan de uitvaardigende staat, waaraan geen rechten of consequenties in een beklagprocedure zijn verbonden. M2: slagende klacht dat de rechtbank ten onrechte heeft gemeend enkel marginaal te kunnen toetsen of zich gronden voordoen voor het weigeren van de erkenning of uitvoering dan wel uitstel van het EOB. De conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing.
De uitspraak op rechtspraak.nl