HR 22 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:653
Beklag, beslag ex art. 94 Sv n.a.v. EOB van Duitse autoriteiten op o.a. telefoon onder klaagster, waarna klaagster o.g.v. art. 5.4.10.1 jo. 552a Sv klaagschrift indient. Aanhoudingsverzoek en geheimhouding feiten en inhoud EOB. 1. Algemene beschouwingen m.b.t. geheimhouding stukken en onderzoek. 2. Afwijzing aanhoudingsverzoek. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2021:1940 m.b.t. beoordeling van klaagschrift dat is ingediend o.g.v. art. 5.4.10.1 jo. 552a Sv. HR wijdt algemene beschouwingen aan uit Richtlijn 2014/41/EU voortvloeiende verplichting tot inachtneming van geheimhouding van feiten en inhoud van EOB door uitvoerende autoriteit, ook in gevallen waarin klaagschrift is ingediend. Verplichting tot geheimhouding staat er niet aan in de weg dat OM o.g.v. art. 23.5 Sv alle stukken die op zaak betrekking hebben, moet overleggen en dat raadkamer die over klaagschrift moet oordelen van die stukken kennisneemt, nu raadkamer deze stukken moet betrekken in beoordeling klaagschrift. Verplichting tot geheimhouding zal doorgaans grond geven voor oordeel dat belang van het onderzoek ernstig wordt geschaad als betrokkene en/of zijn raadsman kennis kunnen nemen van EOB en stukken waaruit inhoud EOB blijkt. In dat geval onthoudt raadkamer hun die kennisneming o.g.v. art. 23.6 Sv. In HR:2020:1227 is overwogen dat belang van effectieve rechtsbescherming van betrokkene kan meebrengen dat OM eerst aan uitvaardigende autoriteit vraagt of concrete bezwaren bestaan tegen kennisneming door betrokkene van bepaald stuk. Dergelijk geval kan zich voordoen als (i) kennisneming van en eventuele reactie op specifiek onderdeel van EOB of bepaald bij EOB behorend stuk van bijzonder belang is voor beoordeling klaagschrift door rechter, en (ii) aanleiding bestaat te vermoeden dat belangen van uitvaardigende staat niet zullen worden geschaad als kennisneming van betreffende informatie aan betrokkene zou worden toegestaan. In zo’n geval legt, alvorens Rb beslist over kennisneming van stuk, OM de hiervoor bedoelde vraag voor aan uitvaardigende autoriteit. Als daarop blijkt dat uitvaardigende staat geen bezwaren heeft tegen die kennisneming, blijft toepassing van art. 23.6 Sv in zoverre achterwege. Bij behandeling klaagschrift kan betrokkene aan raadkamer het verzoek doen o.g.v. art. 23.1 Sv OM op te dragen aan uitvaardigende autoriteit de vraag voor te leggen of bezwaren bestaan tegen kennisneming door betrokkene van bepaald stuk en behandeling van klaagschrift aan te houden totdat die navraag is gedaan. Als zo’n verzoek wordt gedaan beoordeelt raadkamer (mede o.g.v. stukken waarvan raadkamer kennisneemt) of daartoe noodzaak bestaat. Rechter is niet gehouden beslissing op het verzoek te motiveren als geheimhoudingsverplichting jegens uitvaardigende staat zich daartegen verzet. Ad 2. Rb heeft verzoek tot aanhouding behandeling zaak afgewezen. Opvatting dat steeds aan uitvaardigende autoriteit vraag moet worden voorgelegd of geheimhouding van onderzoek in de weg staat aan kennisneming door betrokkene van EOB en/of daarbij behorende stukken, vindt geen steun in het recht. Ook voor overige is oordeel Rb niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping.
De uitspraak op rechtspraak.nl