HR 28 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:965

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op gouden sieraden vanwege in Nederland lopend strafrechtelijk onderzoek, Duitse autoriteiten verzoeken in Europees onderzoeksbevel om overdracht sieraden. 1. Toetsingskader t.a.v. beoordeling van klaagschrift dat is ingediend o.g.v. art. 5.4.10.1 jo. 552a Sv. 2. Moet Rb ervan doen blijken te hebben onderzocht of OvJ het EOB heeft erkend overeenkomstig voorschriften van art. 5.4.2 t/m 5.4.5 Sv? 3. Heeft Rb bij oordeel dat beklag ongegrond moet worden verklaard juiste maatstaf gehanteerd? Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2021:1940 m.b.t. toetsingskader beklagrechter bij klaagschrift o.g.v. art. 5.4.10.1 jo. 552a Sv. Dit toetsingskader is ook van toepassing in een geval waarin in Nederlands onderzoek al inbeslagneming heeft plaatsgevonden en daartegen klaagschrift is ingediend maar voorafgaand aan behandeling daarvan EOB t.a.v. betreffende inbeslaggenomen voorwerpen is uitgevaardigd. Klaagschrift heeft dan betrekking op inbeslagneming o.g.v. dat EOB. Ad 2. Bij beoordeling klaagschrift a.b.i. art. 5.4.10.1 jo. 552a Sv beoordeelt rechter of zich een grond voordoet voor weigering of uitstel van erkenning of uitvoering van EOB. Rechter slaat bij deze beoordeling acht op inhoud klaagschrift en wat daarover door OvJ en door of namens betrokkene naar voren is gebracht bij behandeling klaagschrift. Opvatting dat rechter ambtshalve moet doen blijken te hebben onderzocht of OvJ na ontvangst van EOB alle voorschriften van art. 5.4.2 t/m 5.4.5 Sv in acht heeft genomen alvorens tot erkenning en uitvoering van EOB te zijn overgegaan, is onjuist. Ad 3. Blijkens beschikking heeft betrokkene, waar het gaat om erkenning en uitvoering van EOB dat strekt tot overdracht van inbeslaggenomen sieraden, aan klaagschrift ten grondslag gelegd dat (i) geen strafvorderlijk belang bestaat bij voortduren van beslag, omdat herkomst en bestemming van het goud door klaagster zijn aangetoond en (ii) “niet inzichtelijk is hoe het in beslag genomen goud de waarheidsvinding door de Duitse autoriteiten kan dienen”. Bij beoordeling van klaagschrift dat betrekking heeft op overdracht van inbeslaggenomen voorwerpen o.g.v. EOB, doet rechter echter geen onderzoek naar gronden voor uitvaardiging EOB, waarvan uitvoering heeft geleid tot indiening klaagschrift. Ook toetst rechter niet of belang van strafvordering het voortduren van beslag vordert. Gelet hierop kan wat namens klaagster is aangevoerd, niet leiden tot oordeel dat zich een grond voordoet voor weigering van erkenning of uitvoering van EOB a.b.i. art. 5.4.4 Sv. Volgt verwerping. CAG: anders.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken