Art. 36 Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen, Contact met onderdanen van de zendstaat
Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen
1. Ten einde de uitoefening van de consulaire werkzaamheden met betrekking tot onderdanen van de zendstaat te vergemakkelijken:
(a) moeten de consulaire ambtenaren zich vrijelijk in verbinding kunnen stellen met de onderdanen van de zendstaat en hen vrijelijk kunnen bezoeken. Onderdanen van de zendstaat moeten dezelfde vrijheid genieten met betrekking tot het contact met en het bezoeken van consulaire ambtenaren van de zendstaat;
(b) moeten de bevoegde autoriteiten van de ontvangende Staat de consulaire post van de zendstaat onverwijld ervan in kennis stellen, dat binnen zijn ressort een onderdaan van die Staat is gearresteerd, gevangengenomen of in voorarrest is geplaatst of op enigerlei andere wijze in verzekerde bewaring wordt gesteld, indien de betrokkene zulks verzoekt. Elke mededeling aan de consulaire post gericht door de gearresteerde, zich in gevangenschap of in voorlopige hechtenis bevindende of anderszins vastgehouden persoon wordt door bovengenoemde autoriteiten eveneens onverwijld overgebracht. Bovengenoemde autoriteiten dienen de betrokken persoon onverwijld van zijn rechten krachtens deze alinea in kennis te stellen;
(c) moeten de consulaire ambtenaren het recht hebben een onderdaan van de zendstaat die zich in arrest of in voorlopige hechtenis bevindt of op enigerlei andere wijze wordt vastgehouden, te bezoeken, met hem te spreken en met hem brieven te wisselen en te zorgen voor zijn vertegenwoordiging in rechte. Zij hebben eveneens het recht een onderdaan van de zendstaat te bezoeken, die zich in hun ressort in gevangenschap of in hechtenis bevindt voor de tenuitvoerlegging van een vonnis. De consulaire ambtenaren onthouden zich er evenwel van ten behoeve van een onderdaan op te treden, die zich in arrest of in voorlopige hechtenis bevindt of op enigerlei andere wijze wordt vastgehouden indien deze zich uitdrukkelijk daartegen verzet.
2. De in het eerste lid van dit artikel bedoelde rechten worden uitgeoefend overeenkomstig de wetten en regelingen van de ontvangende Staat, met dien verstande evenwel dat deze wetten en regelingen de verwezenlijking van de oogmerken waarvoor de in dit artikel verleende rechten zijn bedoeld, volledig moeten waarborgen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 18 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4275
- ABRvS 23 december 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BP0428
- ABRvS 3 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3666
- ABRvS 20 februari 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BH4680
- Rb. Den Haag 22 september 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:14017
- Rb. Amsterdam 27 februari 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:700
- ABRvS 3 september 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BJ7536
- ABRvS 25 maart 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BI0057
- ABRvS 10 februari 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BH4190
- ABRvS 23 februari 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BH5066
- ABRvS 20 februari 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BH4195
- Rb. 's-Gravenhage 27 november 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BY4957
- Rb. 's-Gravenhage 10 juni 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ7727
- Rb. 's-Gravenhage 31 december 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BO9498
- Rb. 's-Gravenhage 12 maart 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BH8902
- Rb. 's-Gravenhage 20 januari 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BH3860
- Rb. 's-Gravenhage 12 januari 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BH0279
- Rb. 's-Gravenhage 7 oktober 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BF8573
- Rb. 's-Gravenhage 25 augustus 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BF2116
- Rb. Rotterdam 14 december 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:10175