ABRvS 25 maart 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BI0057

Vreemdelingenbewaring / mededeling geen bezwaar / schending recht op consulaire bijstand / belangenafweging In de enige grief klaagt de vreemdeling, samengevat weergegeven en voor zover hier van belang, terecht dat de rechtbank, door aldus te overwegen, niet heeft onderkend dat de mededeling van de vreemdeling tijdens het gehoor dat voorafgaand aan zijn inbewaringstelling heeft plaatsgevonden, dat hij er geen bezwaar tegen heeft dat door de verbalisant contact wordt opgenomen met de Palestijnse autoriteiten, op zichzelf niet impliceert dat de vreemdeling onverwijld is gewezen op het hem toekomende recht op consulaire bijstand. De klacht is terecht voorgedragen, maar de grief kan gelet op het volgende niet leiden tot vernietiging van de aangevallen uitspraak. Door de vreemdeling niet te wijzen op het hem toekomende recht op consulaire bijstand is op zichzelf gegeven dat het belang van de vreemdeling, dat door artikel 36, eerste lid, aanhef en onder b, van het Verdrag in samenhang met artikel 5.5, tweede lid, van het Vb 2000 wordt beschermd, is geschaad. Dit betekent evenwel niet dat er geen ruimte is voor een belangenafweging. Voor de invulling van deze belangenafweging wordt verwezen naar de uitspraak van 10 februari 2009 in zaak nr. 200808138/1 (www.raadvanstate.nl), waarin is overwogen dat bij de vraag of de met de bewaring gediende belangen in redelijke verhouding staan tot de ernst van het gebrek en de daardoor geschonden belangen, anders dan de vreemdeling overigens in zijn grief betoogt, geen doorslaggevende betekenis kan worden toegekend aan het ontbreken van criminele antecedenten of een ongewenstverklaring of een gevaar voor de staatsveiligheid.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen