ABRvS 10 februari 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BH4190

Vreemdelingenbewaring/ invulling belangenafweging /ontbreken van criminele antecedenten of een ongewenstverklaring of een gevaar voor de staatsveiligheid De rechtbank heeft, voor zover thans van belang, overwogen dat, nu de vreemdeling niet is gewezen op het recht op consulaire bijstand en door de staatssecretaris geen zwaarwegende belangen zijn aangevoerd zoals bijvoorbeeld criminele antecedenten van de vreemdeling, een ongewenstverklaring of een gevaar voor de staatsveiligheid, niet gezegd kan worden dat de met de bewaring gediende belangen in redelijke verhouding staan tot de ernst van het gebrek en de daardoor geschonden belangen. […] Vaststaat dat de vreemdeling de gronden voor de inbewaringstelling niet heeft bestreden en zowel voorafgaand aan, als ten tijde van het opleggen van de maatregel van bewaring alle medewerking aan zijn verwijdering heeft geweigerd. Voorts is niet gebleken dat de vreemdeling als gevolg van het geconstateerde gebrek nog nader en meer in het bijzonder in zijn belang is geschaad of dat de bewaring overigens in strijd is met het recht. Onder die omstandigheden kan aan het ontbreken van criminele antecedenten of een ongewenstverklaring of een gevaar voor de staatsveiligheid niet de door de rechtbank daaraan gehechte doorslaggevende betekenis worden toegekend. Derhalve bestaat, anders dan de rechtbank heeft overwogen, geen grond voor het oordeel dat de met de bewaring gediende belangen niet in redelijke verhouding staan tot de ernst van het gebrek en de daardoor geschonden belangen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen