ABRvS 3 september 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BJ7536

Vreemdelingenbewaring / verzoek om consulaire bijstand / plicht tot kennisgeving Uit deze bepalingen volgt dat, indien de staatssecretaris een vreemdeling heeft gewezen op het hem toekomende recht op consulaire bijstand en deze om die bijstand verzoekt, op de staatssecretaris de plicht rust om zo spoedig mogelijk van de inbewaringstelling kennis te geven aan de in Nederland gevestigde diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het land van herkomst van de desbetreffende vreemdeling, opdat voorkomen wordt dat deze vertegenwoordiging feitelijk de rechten van artikel 36, eerste lid, aanhef en onder a en c, van het Verdrag niet kan uitoefenen. Gelet hierop heeft de rechtbank niet onderkend dat voor de vraag of het aan de vreemdeling toekomende recht op consulaire bijstand is geschonden, niet relevant is dat de vreemdeling, nadat hij te kennen had gegeven consulaire bijstand te wensen, zelf geen pogingen heeft ondernomen om in contact te treden met de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van zijn land van herkomst. De in de grief vervatte klacht is terecht voorgedragen. De grief kan evenwel, gelet op de volgende, niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak leiden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen