Rb. 's-Gravenhage 7 oktober 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BF8573

Eiser niet gewezen op het recht op consulaire bijstand Onder verwijzing naar artikel 36, eerste lid, aanhef en onder b, van het Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen (hierna: het Verdrag), artikel 5.5, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (hierna: Vb 2000) en de uitspraak van deze rechtbank, nevenzittingsplaats Rotterdam van 25 augustus 2008, AWB 08/27575, LJN: BF2116, heeft de gemachtigde van eiser aangevoerd dat eiser ten onrechte niet op het recht op consulaire bijstand is gewezen. Het is de rechtbank uit het dossier niet gebleken dat eiser in de onderhavige zaak op dit recht is gewezen. Schending van genoemde bepalingen. Nu niet door verweerder is aangevoerd, en ook niet is gebleken, van zeer zwaarwegende belangen aan de zijde van verweerder, zoals bijvoorbeeld criminele antecedenten bij eiser, een ongewenstverklaring of een gevaar voor de staatsveiligheid, kan naar het oordeel van de rechtbank niet gezegd worden dat de met de bewaring gediende belangen in redelijke verhouding staan tot de ernst van het gebrek en de daardoor geschonden belangen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen