Rb. 's-Gravenhage 20 januari 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BH3860
Gegrond geen consulaire bijstand De rechtbank is van oordeel dat uit het proces-verbaal van het gehoor op grond van artikel 59 van de Vw 2000 niet kan worden opgemaakt dat eiser in het onderhavige geval is gewezen op het recht op consulaire bijstand. Eiser heeft ter zitting verklaard dat hij op dit recht niet gewezen is tijdens dit gehoor. Er is, aldus eiser, alleen gesproken over bijstand door een advocaat, maar niet over consulaire bijstand. Het proces-verbaal van genoemd gehoor vermeldt wel dat er is gezegd door verbalisanten: “U staat niet bij ons in de computer. U heeft geen documenten om aan te tonen dat u een Let bent. Wij zullen dit via Uw consulaat moeten opvragen.” Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank geen mededeling gedaan aan eiser van zijn recht op consulaire bijstand. Een en ander in onderlinge samenhang bezien concludeert de rechtbank het ervoor dat eiser niet op genoemd recht is gewezen. Dit levert een procedureel gebrek op. De rechtbank stelt vast dat niet door verweerder is aangevoerd, en ook niet is gebleken, van zeer zwaarwegende belangen aan de zijde van verweerder, zoals bijvoorbeeld criminele antecedenten bij eiser, een ongewenstverklaring of een gevaar voor de staatsveiligheid. Daar staat tegenover dat de belangen die zijn geschonden door genoemd procedureel gebrek in dit geval niet als gering kunnen worden aangemerkt nu eiser zelf blijkens het proces-verbaal van gehoor van artikel 59 van de Vw 2000 heeft gezegd dat hij hulp wil van zijn consulaat. Tot op heden is niet gebleken dat er iets met dit verzoek door verweerder is gedaan. Een en ander tegen elkaar afwegend kan naar het oordeel van de rechtbank niet gezegd worden dat de met de bewaring gediende belangen in redelijke verhouding staan tot de ernst van het gebrek en de daardoor geschonden belangen. Hieruit volgt dat de voortduring van de vrijheidsontnemende maatregel met ingang van de datum van de oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is te achten.
De uitspraak op rechtspraak.nl