Art. 7b Wib, Inburgeringsplicht
1. De inburgeringsplichtige behaalt binnen drie jaar de onderdelen van het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdelen b en c.
2. De termijn van drie jaar, genoemd in het eerste lid, vangt aan op het moment dat de vreemdeling inburgeringsplichtig wordt.
3. Onze Minister verlengt de termijn van drie jaar, genoemd in het eerste lid:
a. indien de inburgeringsplichtige aannemelijk maakt dat hem geen verwijt treft ter zake van het niet tijdig behalen van deze onderdelen van het inburgeringsexamen, of
b. eenmalig met ten hoogste twee jaren, indien aantoonbaar een alfabetiseringscursus wordt of is gevolgd voor het verstrijken van die termijn.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 16 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3474
- ABRvS 21 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:819
- ABRvS 15 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:975
- ABRvS 20 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2088
- ABRvS 18 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2734
- Rb. Zeeland-West-Brabant 28 april 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:2156
- ABRvS 9 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:404
- ABRvS 3 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4221
- ABRvS 15 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:111
- ABRvS 4 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3686
- ABRvS 30 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3291
- ABRvS 16 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:119
- Rb. Zeeland-West-Brabant 13 mei 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:2669
- Rb. Rotterdam 23 mei 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:4298
- ABRvS 15 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4110
- ABRvS 1 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:812
- ABRvS 21 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3867
- ABRvS 21 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2749
- Rb. Zeeland-West-Brabant 8 september 2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:4292
- Rb. Rotterdam 18 september 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:10971