ABRvS 4 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3686
Bij besluit van 14 mei 2020 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellant] een boete opgelegd van € 350,00 wegens het niet naleven van artikel 7, eerste lid, van de Wet inburgering en bepaald dat hij de lening voor het volgen van een inburgeringscursus moet terugbetalen. De minister heeft [appellant] bij brief van 24 april 2015 meegedeeld dat hij inburgeringsplichtig is. Zijn inburgeringstermijn is op 25 februari 2015 gestart en hij had, met twee verlengingen wegens verblijf in een asielzoekerscentrum, tot en met 23 november 2018 de tijd om te voldoen aan zijn inburgeringsplicht. De minister heeft de inburgeringstermijn opnieuw verlengd tot en met 24 oktober 2019 wegens medische redenen. [appellant] heeft namelijk op 14 juni 2018 een operatie ondergaan aan zijn rechteronderbeen waarop een revalidatieproces is gevolgd. Omdat [appellant] niet op 24 oktober 2019 aan zijn inburgeringsplicht heeft voldaan, heeft de minister hem bij brief van 29 oktober 2019 een vooraankondiging gestuurd met daarin het voornemen hem een boete van € 525,00 op te leggen.
De uitspraak op rechtspraak.nl