ABRvS 18 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2734
Bij brief van 19 juni 2018 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bepaald dat [appellant] op 1 december 2018 moet beginnen met het terugbetalen van een lening voor het volgen van een inburgeringscursus. De schuld bedraagt € 7.977,19 en hij moet maandelijks € 66,48 betalen. In de brief van 19 juni 2018 heeft de minister [appellant] meegedeeld dat hij € 7.977,19 heeft geleend voor een cursus en/of examen, dat hij deze lening vanaf 1 december 2018 gaat terugbetalen en dat over de periode 1 december 2018 tot 1 december 2023 maandelijks een bedrag van € 66,48 zal worden geïncasseerd. Bij brief van 25 juni 2018 heeft de minister de oorspronkelijke inburgeringstermijn die liep tot 2 maart 2017 ambtshalve verlengd tot 8 juni 2017. De minister heeft bij besluit van 11 oktober 2018 het verzoek van [appellant] om verdere verlenging van die inburgeringstermijn afgewezen, omdat hij binnen die termijn niet ten minste twee keer heeft deelgenomen aan de niet behaalde onderdelen van het inburgeringsexamen.
De uitspraak op rechtspraak.nl