Art. 16 Wib, Sociale lening
1. Onze Minister verstrekt op aanvraag een lening aan de inburgeringsplichtige indien is voldaan aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels omtrent de voorwaarden waaronder en de wijze waarop de lening wordt verstrekt en omtrent het volgen bij een cursusinstelling van een cursus die opleidt tot het inburgeringsexamen, of een diploma, certificaat of ander document, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c.
2. Aanspraak op een lening bestaat niet of niet langer als de inburgeringsplichtige:
a. na het verstrijken van de termijn, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, of de met toepassing van artikel 7a, derde lid, of bij of krachtens artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel a, gestelde regels verlengde termijn de participatieverklaring niet heeft ondertekend;
b. zes jaar na het verstrijken van de termijn, bedoeld in artikel 7b, eerste lid, of de met toepassing van artikel 7b, derde lid, of bij of krachtens artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel a, gestelde regels verlengde termijn, niet aan de inburgeringsplicht heeft voldaan; of
c. niet langer inburgeringsplichtig is.
3. Het bedrag van de lening wordt betaald aan de door de inburgeringsplichtige aangewezen cursusinstelling en exameninstelling.
4. De inburgeringsplichtige of gewezen inburgeringsplichtige betaalt de lening vermeerderd met de volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels berekende rente terug.
5. Bij of krachtens de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur worden tevens regels gesteld omtrent:
a. de hoogte van de lening;
b. de betaling en de terugbetaling van de lening, en
c. kwijtschelding.
6. Bij of krachtens de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur kunnen tevens regels worden gesteld omtrent het verstrekken van een lening aan anderen dan inburgeringsplichtigen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 13 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4628
- ABRvS 1 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1478
- Rb. Zeeland-West-Brabant 28 april 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:2156
- Rb. Rotterdam 18 maart 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:2050
- Rb. Limburg 6 april 2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:2675
- ABRvS 18 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:925
- ABRvS 26 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2598
- ABRvS 30 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2324
- ABRvS 8 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2625
- Rb. Midden-Nederland 6 oktober 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:4849
- ABRvS 20 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3896
- ABRvS 11 januari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:35
- Rb. Zeeland-West-Brabant 13 augustus 2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:3822
- ABRvS 25 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1751
- ABRvS 8 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2653
- ABRvS 23 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1711
- ABRvS 23 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1675
- ABRvS 13 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:975
- ABRvS 23 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3002
- Rb. Zeeland-West-Brabant 2 juni 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:2920