ABRvS 15 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:111

Bij besluit van 17 januari 2020 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellant] een boete opgelegd van € 1.250,00, omdat hij niet op tijd heeft voldaan aan de inburgeringsplicht. In een brief van 12 december 2016 heeft de staatssecretaris [appellant] laten weten dat hij inburgeringsplichtig is. Zijn inburgeringstermijn is op 21 oktober 2016 gestart en hij moest voor 17 november 2019 aan zijn inburgeringsplicht voldoen. Omdat [appellant] niet op tijd aan de inburgeringsplicht heeft voldaan, heeft de staatssecretaris hem een boete opgelegd. [appellant] betoogt dat het hem niet of maar beperkt valt te verwijten dat hij niet op tijd aan zijn inburgeringsplicht heeft voldaan. De staatssecretaris heeft hem namelijk niet tijdig laten weten dat hij een boete zou krijgen wanneer hij niet binnen de termijn zou zijn ingeburgerd. Ook heeft de staatssecretaris hem niet gewezen op de mogelijkheid om een ontheffing van de inburgeringsplicht te krijgen. Als hij dit wel had geweten, dan had hij meer hulp kunnen vragen om aan de vereisten voor ontheffing te voldoen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken