ABRvS 15 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:975
Bij besluit van 31 maart 2020 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellant] een boete opgelegd van € 500,00 wegens het niet naleven van artikel 7b, eerste lid, van de Wet inburgering en bepaald dat hij de lening die hij bij de Dienst Uitvoering Onderwijs heeft afgesloten, moet terugbetalen. [appellant] heeft de Eritrese nationaliteit en is op 17-jarige leeftijd naar Nederland gekomen. Hij is vervolgens in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, waardoor hij in Nederland internationale bescherming geniet. Op 8 januari 2016, toen [appellant] 18 jaar oud was, heeft de minister hem laten weten dat hij vanaf 1 februari 2016 inburgeringsplichtig is. Dit betekent dat hij in beginsel binnen drie jaar alle onderdelen van het inburgeringsexamen moest behalen. De minister heeft deze termijn een aantal keer verlengd, omdat [appellant] langdurig in een asielzoekerscentrum heeft verbleven en omdat hij een opleiding heeft gevolgd. Hierdoor moest [appellant] uiterlijk op 1 februari 2020 alle onderdelen van het inburgeringsexamen hebben behaald. Dit is niet gebeurd.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 3:4 Awb
- Artikel 5:46 Awb
- Artikel 8:68 Awb
- Artikel 7.3.1 WEB
- Artikel 9a Rva
- Artikel 3 Awir
- Artikel 8 Awir
- Artikel 3 Wib
- Artikel 6 Wib
- Artikel 7b Wib
- Artikel 18 Wib
- Artikel 33 Wib
- Artikel 2.4a Regeling inburgering
- Artikel 2.4b Regeling inburgering
- Artikel 2.4c Regeling inburgering
- Artikel 3.1 Regeling inburgering
- Artikel 4.16a Regeling inburgering
- Artikel 5.1 Regeling inburgering
- Artikel 4.13 Besluit inburgering
- Artikel 34