Art. 16 SW, Grondslagen voor de objectieve en subjectieve belastingplicht
1. De bezittingen en de schulden van een afgezonderd particulier vermogen als bedoeld in artikel 2.14a, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, die tot het overlijden van een erflater ingevolge dat artikel zijn toegerekend aan die erflater, en met ingang van zijn overlijden aan zijn erfgenamen, worden voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen geacht door die erfgenamen krachtens erfrecht te zijn verkregen en wel per erfgenaam voor het deel dat ingevolge dat artikel aan de erfgenaam wordt toegerekend. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot bezittingen en schulden als bedoeld in artikel 2.14a, zevende lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 die zonder toepassing van dat lid tot het overlijden van de erflater zouden zijn toegerekend aan die erflater, en met ingang van zijn overlijden aan zijn erfgenamen.
2. Onder hetgeen krachtens erfrecht wordt verkregen, wordt voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen mede verstaan het ten gevolge van het overlijden van een erflater verkrijgen van een in rechte vorderbare aanspraak op een afgezonderd particulier vermogen als bedoeld in artikel 2.14a van de Wet inkomstenbelasting 2001.
3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ter zake van de in dit artikel bedoelde verkrijging.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 28 januari 1959, ECLI:NL:HR:1959:AY1786
- Conclusie A-G IJzerman 30 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1860
- HR 7 juli 2023, ECLI:NL:HR:2023:947
- HR 7 juli 2023, ECLI:NL:HR:2023:948
- Hof Den Haag 20 oktober 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:2071
- Rb. Gelderland 12 oktober 2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:5411
- Rb. Den Haag 15 juli 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:7103
- Conclusie A-G Wattel 26 april 2023, ECLI:NL:PHR:2023:461
- Conclusie A-G IJzerman 21 december 2022, ECLI:NL:PHR:2022:1233
- Hof Arnhem-Leeuwarden 28 september 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:9196
- Rb. Rotterdam 27 januari 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:472
- Rb. Rotterdam 30 september 2009, ECLI:NL:RBROT:2009:BJ9320
- Conclusie A-G IJzerman 21 december 2022, ECLI:NL:PHR:2022:1234
- Conclusie A-G IJZERMAN 9 april 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BL0105
- Hof 's-Hertogenbosch 27 mei 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:1357
- Hof Den Haag 27 juni 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:1299
- CBb 18 januari 2012, ECLI:NL:CBB:2012:BV2038
- CBb 27 april 2009, ECLI:NL:CBB:2009:BI4282