Conclusie A-G IJzerman 28 oktober 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2256

Belanghebbende, de Stichting, is in 2007 door de Inspecteur (aanvankelijk) aangemerkt als een algemeen nut beogende instelling (anbi). De Stichting heeft volgens haar statuten ten doel om zonder winstoogmerk via fondsenwervende (internet)concepten goede doelen te ondersteunen en een (geldelijke) bijdrage te leveren aan deze goede doelen, alsmede om internet (gebruikers) te voorzien van informatie die gratis opvraagbaar is. Haar doel tracht de Stichting te verwezenlijken door het ontplooien van fondsenwervende (internet)concepten, waarbij donateurs geld overmaken naar goede doelen door tussenkomst, als intermediair, van de Stichting. Van de bij de Stichting aangesloten goede doelen is meer dan 90% aangemerkt als anbi. De Stichting heeft met name de volgende activiteiten ontplooid. - Het onderhouden van contacten met de aangesloten goede doelen, het verzamelen, verspreiden en delen van informatie en kennis (nieuwsbrief, lezingen, workshops), overleg met partners, het verrichten van administratieve werkzaamheden en het voor de aangesloten goede doelen bieden van mogelijkheden zich op het internet te presenteren. Hiertoe biedt de Stichting een website aan die aan een eigen domeinnaam gekoppeld kan worden. - Het aanbieden van een fondsenwervingplatform voor particulieren, scholen en bedrijven waarmee crowdfunding mogelijk wordt. - Het aanbieden van een donatiemodule die geïntegreerd kan worden met sociale netwerken, zoals Facebook en Twitter. - Het (doen) uitvoeren van werkzaamheden met betrekking tot de donatiemodules, waaronder het ontvangen en uitkeren van donaties, een en ander onder inhouding van de overeengekomen inhoudingen; een percentage van 10% of minder op online donaties aan de aangesloten goede doelen. Naar aanleiding van een bedrijfsonderzoek heeft de Inspecteur bij beschikking van 14 mei 2012 de anbi status van de Stichting ingetrokken. Het Hof is gekomen tot het oordeel dat de Stichting zich, met inachtneming van haar statutaire doelstelling en feitelijke werkzaamheden, richt op de behartiging van het algemeen belang. Het Hof heeft dan ook geoordeeld dat de Inspecteur belanghebbende ten onrechte niet langer heeft aangemerkt als een algemeen nut beogende instelling. De Staatssecretaris is tegen de Hofuitspraak met één middel opgekomen in cassatie, stellende dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat belanghebbende voor ten minste 90% het algemeen belang beoogt en dient, en mitsdien als anbi moet worden aangemerkt. Blijkens de gegeven toelichting op het middel ziet de Staatssecretaris de Stichting niet als een algemeen nut beogende instelling, maar als een ‘loketinstelling’. Hiermee wordt bedoeld een instelling die geheel of gedeeltelijk als doorgeefluik fungeert c.q. een kasfunctie vervult, bij wege van (bancaire) dienstverlening jegens de donateurs en jegens de bij belanghebbende aangesloten instellingen. Dergelijke dienstverlening valt volgens de Staatssecretaris niet aan te merken als werkzaamheden die (nagenoeg) uitsluitend het algemeen belang dienen. Volgens de Staatssecretaris kan de Stichting evenmin worden aangemerkt als een steunstichting welke financiële of andere steun verleent aan een algemeen nut beogende instelling. De A-G merkt op dat belanghebbende zich blijkens haar statuten richt op het meer algemene begrip ‘goede doelen’. Dus niet slechts op de door wettelijke maatstaven beperkte categorie van anbi’s. Dat roept de vraag op of de Stichting voldoet aan het ingevolge artikel 5b, lid 3, onderdeel m, AWR, geldende wettelijke vereiste dat als steunstichting wordt aangemerkt een instelling die een anbi ondersteunt. Volgens de A-G biedt de wetsgeschiedenis wel voldoende ruimte om dan, ondanks het voornoemde statutaire manco, te aanvaarden dat de Stichting een steunstichting is, mits zij voor 90% of meer van haar uitgaven anbi’s ondersteunt (hetgeen nog niet per definitie zo is als van de aangesloten goede doelen meer dan 90% is aangemerkt als anbi). Om als anbi te kunnen worden aangemerkt, dienen doel en werkzaamheden van een instelling rechtstreeks te zijn gericht op het dienen van enig algemeen belang. Het is, naar de A-G opmerkt, niet voldoende als de activiteiten van een instelling niet meer bewerkstelligen dan zijdelingse effecten of uitstralingseffecten op het algemeen belang, ook al wordt het algemeen belang daarmee indirect gediend. De A-G meent dat de Stichting primair faciliterend, informerend en kostenbesparend optreedt jegens de bij haar aangesloten goede doelen. Zij fungeert als intermediair tussen enerzijds organisaties die goede doelen behartigen en anderzijds het publiek dat belangstelling heeft voor goede doelen, daarover wil worden geïnformeerd en eventueel giften wil doen. De activiteiten van de Stichting kunnen aldus bewerkstellingen dat de aangesloten goede doelen meer inkomsten verkrijgen. Dat is volgens de A-G te zien als het indirect bijdragen aan algemene belangen welke worden gediend door de aangesloten goede doelen. Dat voert de A-G tot de conclusie dat doel en werkzaamheden van belanghebbende zelf niet rechtstreeks gericht zijn op de behartiging van het algemeen belang, ook al kunnen zij daaraan indirect wel een bijdrage leveren. Dat betekent zijns inziens dat doel en werkzaamheden van de Stichting niet de status van anbi kunnen meebrengen. De conclusie strekt tot gegrondverklaring van het beroep in cassatie van de Staatssecretaris.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken