Rb. Rotterdam 30 september 2009, ECLI:NL:RBROT:2009:BJ9320
Eiseres is als concessiehoudster verantwoordelijk voor de verdeling van de capaciteit van de spoorweginfrastructuur en voor het onderhoud daarvan. Veolia en Arriva zijn spoorwegondernemingen. Naar aanleiding van de verdeling door eiseres van de capaciteit voor spoorweginfrastructuur over 2008 hebben zij een verzoek als bedoeld in artikel 71, eerste lid, van de Spoorwegwet gedaan. Onder verwijzing naar een CBB uitspraak van 27 april 2009 (LJN: BI4282) is de rechtbank van oordeel dat de in de bestreden besluiten uitgesproken oordelen in beginsel voor bezwaar en beroep vatbaar zijn en dat de in de netverklaring 2008 opgenomen geschillenregeling onderwerp kan zijn van de verzoekprocedure van artikel 71 van de Spoorwegwet. Het in de dicta van de bestreden besluiten vermelde over de toekomstige regeling van geschilbeslechting houdt geen oordeel in als bedoeld in artikel 71, eerste lid, van de Spoorwegwet nu dit de toekomstige rechtsverhouding tussen partijen aangaat. Het gestelde betreft niet een nadere bepaling van de rechten en plichten van betrokken partijen en heeft daarom geen gevolg voor de rechtsverhouding tussen partijen. De rechtbank stelt vast dat artikel 21, zesde lid, van Richtlijn 2001/14/EG een geschillenregeling vereist om een snelle geschilbeslechting te bevorderen, maar niet dat deze geschillenregeling onafhankelijk moet zijn. De geschillenregeling moet echter wel voldoen aan de beginselen van Richtlijn 2001/14/EG ter waarborging van een efficiënt beheer en billijk en niet discriminerend gebruik van spoorweginfrastructuur. De rechtbank stelt vast dat in de geschillenregeling in een beheer-verkeerconflict de directeur van eiseres als enige beslist. Gelet hierop is er geen sprake van reële geschilbeslechting zoals beoogd door de Richtlijn 2001/14/EG en bevat de geschillenregeling aldus onvoldoende waarborgen om aan de eisen van billijkheid en non-discriminatie te kunnen voldoen en is daarom in strijd met Richtlijn 2001/14/EG. Verweerder heeft derhalve terecht geoordeeld dat de geschillenregeling in strijd met de Richtlijn is, zij het dat dit oordeel niet gedragen wordt door de door verweerder daaraan ten grondslag gelegde motivering.
De uitspraak op rechtspraak.nl