Art. 19 SW, Grondslagen voor de objectieve en subjectieve belastingplicht
1. Voor de toepassing van deze wet worden gelijkgesteld:
a. voor de bepaling van aanverwantschap, twee ongehuwde personen die ingevolge artikel 1a als elkaars partners worden aangemerkt, met gehuwden;
b. aanverwanten met bloedverwanten, met dien verstande dat deze gelijkstelling eindigt ingeval het partnerschap dat de aanverwantschap deed ontstaan anders dan door overlijden is geëindigd;
c. pleegkinderen met kinderen die in familierechtelijke betrekking tot de pleegouder staan;
d. kinderen over wie overeenkomstig artikel 253t van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek een ander dan de ouder gezamenlijk met de ouder het ouderlijk gezag uitoefent of heeft uitgeoefend met kinderen die in familierechtelijke betrekking tot die ander staan;
e. kinderen over wie overeenkomstig artikel 282 of 292 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek de voogdij door twee personen gezamenlijk wordt uitgeoefend of is uitgeoefend met kinderen die tot die personen in familierechtelijke betrekking staan;
f. kinderen die niet in familierechtelijke betrekking staan tot de persoon waarvan uit een genetische test blijkt dat die hun biologische ouder is, met kinderen die wel in familierechtelijke betrekking staan tot die persoon.
2. Als pleegkinderen worden aangemerkt zij, die vóór het tijdstip waarop zij de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt dan wel het tijdstip waarop zij vóór die leeftijd in het huwelijk zijn getreden, gedurende ten minste vijf jaren uitsluitend door de pleegouder - dan wel uitsluitend door hem en zijn echtgenoot tezamen - als een eigen kind zijn onderhouden en opgevoed.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de genetische test waarmee de belastingplichtige het biologische ouderschap kan doen blijken.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 15 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BO0407
- HR 6 september 2024, ECLI:NL:HR:2024:1130
- Conclusie A-G Ettema 22 december 2023, ECLI:NL:PHR:2023:1201
- HR 21 februari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0161
- Hof Arnhem-Leeuwarden 17 mei 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:4050
- Rb. 's-Gravenhage 3 september 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ7955
- Rb. Noord-Holland 19 oktober 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:11647
- Rb. Haarlem 26 oktober 2009, ECLI:NL:RBHAA:2009:BK1264
- Rb. Arnhem 25 maart 2008, ECLI:NL:RBARN:2008:BD0493
- Conclusie A-G Wattel 21 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1300
- HR 3 mei 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA1578
- HR 5 oktober 1994, ECLI:NL:HR:1994:AA2940
- Hof 's-Hertogenbosch 26 april 2006, ECLI:NL:GHSHE:2006:AY0296
- Hof Den Haag 17 mei 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:1449
- Hof Arnhem 6 februari 2002, ECLI:NL:GHARN:2002:AD9828
- Hof Amsterdam 3 september 2004, ECLI:NL:GHAMS:2004:AR2279
- Hof Amsterdam 17 augustus 2001, ECLI:NL:GHAMS:2001:AD3584
- Hof Amsterdam 22 november 1996, ECLI:NL:GHAMS:1996:AA4349