Art. 126j Sv, Stelselmatige inwinning van informatie
Wetboek van Strafvordering (Sv)
1. In geval van verdenking van een misdrijf kan de officier van justitie in het belang van het onderzoek bevelen dat een opsporingsambtenaar als bedoeld in de artikelen 141, onderdelen, b, c en d, en 142, zonder dat kenbaar is dat hij optreedt als opsporingsambtenaar, stelselmatig informatie inwint over de verdachte.
2. Het bevel wordt gegeven voor een periode van ten hoogste drie maanden. De geldigheidsduur kan telkens voor een periode van ten hoogste drie maanden worden verlengd.
3. Het bevel tot het inwinnen van informatie is schriftelijk en vermeldt:
a. het misdrijf en indien bekend de naam of anders een zo nauwkeurig mogelijke omschrijving van de verdachte;
b. de feiten of omstandigheden waaruit blijkt dat de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, zijn vervuld;
c. de wijze waarop aan het bevel uitvoering wordt gegeven, en
d. de geldigheidsduur van het bevel.
4. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld ten aanzien van de eisen van bekwaamheid waaraan de opsporingsambtenaar moet voldoen. Voorts worden bij algemene maatregel van bestuur regels gesteld ten aanzien van de wijze waarop de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgeoefend.
5. Een bevel als bedoeld in het eerste lid kan ook worden gegeven aan een persoon in de openbare dienst van een vreemde staat, die voldoet aan bij algemene maatregel van bestuur te stellen eisen. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
6. Artikel 126g, zesde tot en met achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Den Haag 10 december 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:14365
- HR 17 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:1982
- HR 17 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:1983
- HR 23 april 2024, ECLI:NL:HR:2024:646
- HR 9 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AN9195
- HR 6 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:155
- HR 28 maart 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU5471
- HR 8 november 2022, ECLI:NL:HR:2022:1591
- HR 22 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:947
- HR 28 mei 2024, ECLI:NL:HR:2024:770
- Conclusie A-G Spronken 6 februari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:122
- Hof Den Haag 25 mei 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:1248
- HR 12 december 2023, ECLI:NL:HR:2023:1700
- HR 5 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:298
- Conclusie A-G Knigge 20 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:878
- Hof 's-Hertogenbosch 4 mei 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:1514
- Conclusie A-G Knigge 17 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU2046
- Conclusie A-G Aben 24 juni 2025, ECLI:NL:PHR:2025:722
- Conclusie A-G Machielse 25 september 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1042
- HR 9 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2650