HR 23 april 2024, ECLI:NL:HR:2024:646

Doodslag door goede vriend in auto met vuurwapen door zijn hoofd te schieten, terwijl zijn 14 maanden oude dochter op achterbank zit (art. 287 Sr). 1. Vormverzuim, art. 126j Sv (stelselmatige informatie-inwinning). Politie zet door twee heimelijke ‘inzetten’ een dreiging voor veiligheid van verdachte, zijn zus en partner in scène teneinde belastend bewijs te verkrijgen. Is oordeel hof dat deze toepassing van opsporingsbevoegdheid voldoet aan beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit toereikend gemotiveerd? 2. Vorderingen benadeelde partijen t.z.v. materiële schade wegens gederfd levensonderhoud (art. 6:108.1 BW). Heeft hof zijn oordeel over toewijsbaarheid van vorderingen b.p.’s m.b.t. gederfd levensonderhoud toereikend gemotiveerd in het licht van (processuele) beperkingen voor verdediging in strafproces en gelet op aard van vordering tot vergoeding van gederfd levensonderhoud? 3. Vordering benadeelde partij t.z.v. shock-/schokschade. Kon hof toewijzing van vordering mede baseren op omstandigheid dat verdachte de b.p. (weduwe van slachtoffer) in periode na doodslag “om de tuin heeft geleid” doordat hij zich tegenover haar heeft voorgedaan als steun en toeverlaat, terwijl zij in kwetsbare positie verkeerde? Ad 1. Oordeel hof dat geen sprake is van vormverzuim, is niet toereikend gemotiveerd. Verdediging heeft aangevoerd dat dreiging plaatsvond tegen achtergrond van al bestaande anonieme dreiging voor leven van verdachte, in verband waarmee voorlopig gehechte verdachte half jaar in afzondering heeft doorgebracht in penitentiaire inrichting. Verder heeft verdediging aangevoerd dat deze ‘inzetten’ bij verdachte en zijn naasten tot veel angst, spanning en stress hebben geleid, en dat politie pas na 4,5 maand aan verdachte heeft verteld dat dreiging door politie was geënsceneerd. Bovendien heeft verdediging aangevoerd dat mededelingen van OvJ op pro forma-tz. in eerste aanleg voorafgaand aan ‘inzetten’ door politie erop wijzen dat opsporingsonderzoek toen al in afrondende fase verkeerde, maar desondanks met beslissing over ‘inzetten’ de resultaten van dit onderzoek niet werden afgewacht. Hof heeft nagelaten juistheid van deze door verdediging aangevoerde aspecten (die in onderlinge samenhang bekeken schending van beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit zouden kunnen opleveren) te beoordelen. In dit licht is ook oordeel hof dat in stadium van onderzoek waarin beslissing over ‘inzetten’ werd genomen “geen lichter of ander middel (meer) voorhanden [was]”, niet z.m. begrijpelijk. Ad 2. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2019:793 m.b.t. vordering tot schadevergoeding waarmee degene die rechtstreeks schade heeft geleden door strafbaar feit zich als b.p. kan voegen in strafproces en gaat nader in op verplichting van strafrechter zich ervan te vergewissen dat partijen in voldoende mate in gelegenheid zijn geweest stellingen en onderbouwingen m.b.t. toewijsbaarheid van vordering b.p. genoegzaam naar voren te brengen. Verplichting van strafrechter vraagt aandacht waar het gaat om schadevergoedingsvorderingen van nabestaanden voor gederfd levensonderhoud, mede omdat het in die gevallen kan gaan om zeer hoge vorderingen waarvan toewijzing en oplegging van schadevergoedingsmaatregel ingrijpende consequenties voor verdachte kunnen hebben. In die gevallen mag van strafrechter worden verwacht dat hij er blijk van geeft, rekening houdend met bijzonderheden van partijdebat over zo’n vordering, te hebben beoordeeld of beide partijen in voldoende mate in gelegenheid zijn geweest hun stellingen en onderbouwingen m.b.t. (betwisting van) toewijsbaarheid van die vordering genoegzaam naar voren te brengen, en, als dit aan zijde van verdachte niet zo is, of eigen onderzoek van rechter naar toewijsbaarheid van vordering daarvoor voldoende compensatie biedt. HR merkt op dat mogelijkheid tot splitsing van vordering ook bestaat in gevallen waarin strafrechter tot conclusie komt dat b.p. aanspraak heeft op vergoeding van schade door gederfd levensonderhoud maar dat die schade vooralsnog slechts toewijsbaar is tot lager bedrag dan waarvan vergoeding is gevorderd. Oordeel hof dat volledige vorderingen tot vergoeding van schade door gederfd levensonderhoud toewijsbaar zijn, is ontoereikend gemotiveerd, in aanmerking genomen dat inzichtelijke weergave van schadeberekeningen die door b.p.’s ingeschakeld gespecialiseerd bureau heeft gemaakt niet zonder meer voldoende grond biedt voor aannemen van juistheid van uitkomsten van die schadeberekeningen als niet is nagegaan in hoeverre eenzijdig aan die berekeningen ten grondslag gelegde gegevens aanvaardbaar zijn. Ad 3. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2022:958 m.b.t. vergoeding van schokschade. Hof heeft toewijzing van gevorderde schokschade mede gebaseerd op oordeel dat verdachte b.p. “om de tuin [heeft] geleid” doordat hij zich in periode volgend op bewezenverklaarde feit bij verschillende gelegenheden tegenover haar heeft voorgedaan als steun en toeverlaat terwijl zij in kwetsbare positie verkeerde. Oordeel geeft blijk van onjuiste rechtsopvatting. Bij schokschade in strafzaken gaat het om schade die gevolg is van hevige emotionele schok die is teweeggebracht door (jegens ander gepleegde) strafbaar feit, waarbij slechts rol kunnen spelen omstandigheden waaronder dit feit en confrontatie met dit feit of gevolgen daarvan hebben plaatsgevonden. Gedragingen van verdachte in periode nadat dit feit is gepleegd die losstaan van plegen van dit feit en deze confrontatie, kunnen niet worden aangemerkt als omstandigheden die relevant zijn voor (als gevolg daarvan) ontstaan van schokschade. Dit brengt mee dat middel ook slaagt v.zv. dat opkomt tegen oplegging van schadevergoedingsmaatregelen. Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing m.b.t. strafoplegging (waaronder oplegging van schadevergoedingsmaatregelen) en beslissingen over vorderingen b.p.’s t.a.v. gederfd levensonderhoud en schokschade. CAG: anders t.a.v. vorderingen b.p.’s t.z.v. materiële schade wegens gederfd levensonderhoud.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken