HR 6 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:155
Is verdachte door inzet undercoveragenten uitgelokt tot het begaan van de bewezenverklaarde feiten? Medeplegen van voorbereiding van diefstal met geweld en/of medeplegen afpersing, art. 312 en 317 Sr en medeplegen van handelen i.s.m. art. 26.1 WWM (meermalen gepleegd). 1. Verwerping Hof van verweer dat het optreden van de infiltranten dient te worden gekwalificeerd als ontoelaatbare uitlokking. 2. Afwijzing getuigenverzoeken. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2010:BL0613 m.b.t. het Tallon-criterium. De opvatting waarop de middelen berusten dat de inzet van infiltranten uitsluitend toelaatbaar is als verdachte reeds een begin heeft gemaakt met de gedragingen die hem worden verweten, is in haar algemeenheid onjuist. Ook uit de rechtspraak van het EHRM volgt dit niet, nu deze rechtspraak inhoudt dat de inzet van infiltranten toelaatbaar is indien betrokkene zich inlaat met criminele activiteiten of indien zijn opzet reeds tevoren op het plegen van een misdrijf was gericht. Hof heeft vastgesteld dat verdachte voorafgaand aan de inzet van de infiltranten heeft gesproken over vuurwapens, munitie en het plegen van overvallen en in de nabijheid is geweest van tenminste één vuurwapen. Gelet hierop en in aanmerking genomen hetgeen het Hof heeft vastgesteld m.b.t. de contacten tussen verdachte en de infiltranten, is ’s Hofs kennelijke oordeel dat verdachte niet is gebracht tot het begaan van de strafbare feiten waarvoor hij wordt vervolgd, terwijl zijn opzet tevoren niet reeds daarop was gericht, niet onbegrijpelijk. Ad 2. Hof heeft bij afwijzing van de verzoeken A1, A2, A3, B1, B2 en C als getuige te horen betrokken dat de A-getuigen reeds in e.a. in aanwezigheid van de verdediging door de RC zijn gehoord, het dossier uitvoerige p-v’s van bevindingen bevat met de verslaglegging van de A- en B-getuigen en dat niet aannemelijk is geworden dat de p-v’s van verbalisant C i.s.m. de waarheid zijn opgemaakt. Gelet hierop en in aanmerking genomen hetgeen aan de verzoeken tot het horen van de getuigen ten grondslag is gelegd, is oordeel Hof - ook i.h.l.v. rechtspraak EHRM - niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl