Rb. Den Haag 10 december 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:14365
[De Engelse vertaling is beschikbaar via ECLI:NL:RBDHA:2015:16102] Tot 6 jaar celstraf voor deelnemers criminele terroristische organisatie De rechtbank Den Haag heeft alle 9 verdachten – 8 mannen en 1 vrouw – in de zogenoemde Context-zaak veroordeeld tot celstraffen oplopend tot 6 jaar. Criminele organisatie met terroristisch oogmerk 6 van de mannen zijn veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie met een terroristisch oogmerk. Ze krijgen hiervoor celstraffen variërend van 3 jaar waarvan 1 jaar voorwaardelijk tot 6 jaar. 2 van de mannen zijn volgens de rechtbank meelopers. Een van hen wordt veroordeeld voor opruiing tot 43 dagen celstraf, plus 2 maanden voorwaardelijk. De ander die voor een zeer korte periode heeft deelgenomen aan een Syrisch trainingskamp krijgt 155 dagen celstraf, plus 6 maanden voorwaardelijk. De vrouw heeft geen deel uitgemaakt van de organisatie. Zij wordt veroordeeld voor één opruiende retweet tot 7 dagen celstraf. Haagse ronselorganisatie De rechtbank stelt voorop dat concrete gedragingen strafbaar zijn en niet het gedachtengoed van de verdachten. Volgens de rechtbank maken de 6 verdachten deel uit van een Haagse ronselorganisatie die zich bezighield met het opruien en ronselen en het faciliteren en financieren van jongeren die naar Syrië wilden afreizen om te gaan vechten. Van de 6 mannen nemen 2 tot op heden deel aan de gewapende strijd in Syrië, een 3e man is daarvan teruggekeerd in Nederland. Aan 2 van de mannen zijn hogere straffen opgelegd dan door het Openbaar Ministerie (OM) werd geëist. Een van de Syriëgangers kreeg dezelfde straf als geëist. De anderen kregen lagere straffen, omdat hun rol kleiner was dan door het OM werd gesteld en ze van een aantal feiten zijn vrijgesproken. --- De uitspraak bevat overwegingen over rechtsmacht, rechercheren op het internet, het terroristisch oogmerk, voorbereidingshandelingen, opruiing, werven voor de gewapende strijd, training voor terrorisme en deelname aan een criminele (terroristische) organisatie, alsook overwegingen over enkele aspecten van het internationaal humanitair recht (het bestaan van een NIAC in Syrië, de status van buitenlandse strijders in internationaal recht en de toepasselijkheid van het EU Kaderbesluit inzake terrorismebestrijding gedurende gewapende conflicten).
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Rb. Den Haag 24 november 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:13405
- Hof Den Haag 11 november 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:3138
- Rb. Den Haag 8 oktober 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:11946
- Hof Den Haag 30 april 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:1082
- Hof Den Haag 2 april 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:747
- Hof Den Haag 2 april 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:748
- HR 3 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:513
- HR 10 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:264
- Hof Den Haag 27 januari 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:119
- HR 2 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3474
- Rb. Den Haag 1 december 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:14648
- Rb. Den Haag 1 december 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:14652
- HR 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1569
- Hof Amsterdam 25 maart 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:914
- HR 3 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1556
- HR 19 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY5322
- HR 15 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP7585
- Rb. Amsterdam 23 juni 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ9001
- HR 14 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP0287
- Hof Amsterdam 17 december 2010, ECLI:NL:GHAMS:2010:BO7690