Art. 126i Sv, Pseudo-koop of -dienstverlening
Wetboek van Strafvordering (Sv)
1. In geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, kan de officier van justitie in het belang van het onderzoek bevelen dat een opsporingsambtenaar:
a. goederen afneemt van de verdachte,
b. gegevens die zijn opgeslagen, worden verwerkt of overgedragen door middel van een geautomatiseerd werk, door tussenkomst van een openbaar telecommunicatienetwerk afneemt van de verdachte, of
c. diensten verleent aan de verdachte.
2. De opsporingsambtenaar mag bij de tenuitvoerlegging van het bevel een verdachte niet brengen tot andere strafbare feiten dan waarop diens opzet reeds tevoren was gericht.
3. Het bevel tot pseudo-koop of -dienstverlening is schriftelijk en vermeldt:
a. het misdrijf en indien bekend de naam of anders een zo nauwkeurig mogelijke omschrijving van de verdachte;
b. de feiten of omstandigheden waaruit blijkt dat de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, zijn vervuld;
c. de aard van de goederen, gegevens of diensten;
d. de wijze waarop aan het bevel uitvoering wordt gegeven, daaronder begrepen strafbaar gesteld handelen, en
e. het tijdstip waarop, of de periode waarbinnen aan het bevel uitvoering wordt gegeven.
4. Onder een opsporingsambtenaar als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan een persoon in de openbare dienst van een vreemde staat, die voldoet aan bij algemene maatregel van bestuur te stellen eisen.
5. Artikel 126g, zesde tot en met achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Rotterdam 21 september 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:9085
- Rb. Rotterdam 21 september 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:9086
- HR 28 mei 2024, ECLI:NL:HR:2024:770
- Conclusie A-G Spronken 6 februari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:122
- Conclusie A-G Wattel 28 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:521
- HR 30 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7331
- Conclusie A-G Wortel 14 november 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA8295
- HR 5 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:298
- Conclusie A-G Machielse 16 december 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2936
- Hof 's-Hertogenbosch 4 mei 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:1514
- Conclusie A-G Knigge 17 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU2046
- HR 4 februari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AE9069
- Conclusie A-G Keulen 14 december 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1181
- HR 9 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2650
- ABRvS 26 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2605
- Rb. Oost-Brabant 12 juli 2017, ECLI:NL:RBOBR:2017:3708
- Rb. Amsterdam 27 april 2007, ECLI:NL:RBAMS:2007:BA4017
- Conclusie A-G Paridaens 15 juli 2025, ECLI:NL:PHR:2025:705
- Conclusie A-G Keulen 14 december 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1180
- Conclusie A-G Bleichrodt 18 juni 2019, ECLI:NL:PHR:2019:648