ABRvS 22 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2058

Bij brief van 6 december 2021 heeft de deken van de Orde van Advocaten Zeeland-West-Brabant gereageerd op een verzoek van [appellant] om vrijstelling van de verplichting om griffierecht te betalen wegens betalingsonmacht en om dit verzoek zo nodig door te sturen naar de Raad van Discipline. [appellant] heeft op 31 maart 2021 een tuchtklacht ingediend tegen een advocaat, die hem eerder heeft bijgestaan in een civiele zaak. Het ging om de aankoop van een aantal ‘mobile homes’ in 2005 die [appellant] niet geleverd heeft gekregen. Volgens de deken is geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van de advocaat. De klacht van [appellant] is daarom ongegrond verklaard. Daarbij heeft de deken aan [appellant] medegedeeld dat hij de klacht kan voorleggen aan de Raad van Discipline als hij het niet eens is met het dekenstandpunt. [appellant] is erop gewezen dat hij voor het doorsturen daarvan het bedrag van € 50,- aan griffierecht moet betalen, zoals in artikel 46e van de Advocatenwet is bepaald. [appellant] heeft de deken verzocht om hem vrij te stellen van de verplichting om € 50,- te betalen. Ook heeft [appellant] de deken verzocht het vrijstellingsverzoek door te sturen naar de Raad van Discipline.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken