ABRvS 3 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3105
Bij beschikking van 8 december 2023 heeft de deken van de orde van advocaten van Den Haag het verzoek om aanwijzing van een advocaat afgewezen. Op 2 maart 2023 heeft [appellant] op grond van artikel 13 van de Advocatenwet de deken verzocht om aanwijzing van een advocaat voor diverse kwesties, waaronder een aansprakelijkstelling van de Staat wegens rechterlijke uitspraken die volgens [appellant] onjuist zijn en een aansprakelijkstelling van zijn voormalige advocaat. Op 12 mei 2023 heeft [appellant] aangegeven dat hij zijn verzoek opschort. Op 21 september 2023 heeft [appellant] de deken verzocht om de behandeling van het verzoek te hervatten. De deken heeft het verzoek op 8 december 2023 afgewezen. Bij die afwijzing heeft de deken [appellant] erop gewezen dat hij binnen zes weken beklag kan doen bij het Hof van Discipline. Het door [appellant] tegen de beschikking van 8 december 2023 gemaakte bezwaar is door de deken niet-ontvankelijk verklaard, omdat hij daartegen geen bezwaar kon maken, maar beklag moest doen bij het Hof van Discipline.
De uitspraak op rechtspraak.nl