ABRvS 26 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2856
Bij brief van 12 augustus 2021 heeft [appellant] de de Algemene Raad van de Nederlandse Orde van Advocaten in gebreke gesteld vanwege het niet tijdig beslissen op zijn verzoek van 24 februari 2020. [appellant] heeft op 24 februari 2020 een e-mail gestuurd naar het Informatiepunt van de NOvA. Bij e-mail van 10 maart 2020 heeft de NOvA aan [appellant] meegedeeld dat de NOvA geen klachten of individuele zaken in behandeling neemt. Bij besluit van 12 augustus 2021 heeft de NOvA het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Ook bij brief van 12 augustus 2021 heeft [appellant] de NOvA in gebreke gesteld vanwege het niet tijdig beslissen op zijn verzoek van 24 februari 2020. Bij e-mail van 20 augustus 2021 heeft de NOvA de ingebrekestelling buiten behandeling gesteld, omdat de e-mail van 10 maart 2020 een informerende strekking heeft en niet op enig rechtsgevolg is gericht. Verder geeft de NOvA aan niet het bevoegde bestuursorgaan te zijn om te beslissen op een verzoek om aanwijzing van een advocaat op grond van artikel 13, eerste lid, van de Advocatenwet. Daarom is die e-mail niet te kwalificeren als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb, stelt de NOvA. Verder stelt de NOvA geen dwangsom verschuldigd te zijn.
De uitspraak op rechtspraak.nl