ABRvS 22 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2061

Bij brief van 17 augustus 2021 heeft de deken van de Orde van Advocaten Zeeland-West-Brabant een verzoek van [appellant] om hem vrij te stellen van de verplichting om € 50,- griffierecht te betalen niet-ontvankelijk verklaard. Bij datzelfde besluit heeft de deken een verzoek van [appellant] om het vrijstellingsverzoek door te sturen naar de Raad van Discipline afgewezen. In deze procedure heeft [appellant] bij de deken een klacht ingediend tegen een advocaat. Daarover heeft de deken op 21 juli 2021 een zogeheten dekenstandpunt ingenomen. Volgens de deken is geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van de advocaat. De klacht van [appellant] is daarom ongegrond. Daarbij heeft de deken aan [appellant] medegedeeld dat hij de klacht kan voorleggen aan de Raad van Discipline als hij het niet eens is met het dekenstandpunt en dat hij daarvoor een bedrag van € 50,- aan griffierecht moet betalen, zoals in artikel 46e van de Advocatenwet is bepaald. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het bezwaar niet-ontvankelijk is. Volgens hem wordt daarmee hem de toegang tot de rechter ontzegd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken