ABRvS 31 januari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3628
Bij uitspraak van 14 juli 2016 heeft de rechtbank het door [appellant A] en [appellant B] ingestelde beroep tegen het door het college van burgemeester en wethouders van Haren niet nemen van een besluit op hun verzoek om van een besluit van 30 juli 1996 terug te komen niet-ontvankelijk verklaard en hen in de door het college gemaakte proceskosten ten bedrage van € 992,00 veroordeeld. Bij brief van 8 oktober 2015 hebben [appellant A] en [appellant B] het college verzocht om terug te komen van een besluit van 30 juli 1996 waarbij [persoon] is aangewezen als commissaris van de Coöperatieve Woonvereniging De Middelhorst U.A. te Haren (hierna: de vereniging). Tegen het niet nemen van een besluit op dit verzoek hebben [appellant A] en [appellant B] beroep ingesteld. De rechtbank heeft dit beroep onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 19 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4129, wegens misbruik van recht niet-ontvankelijk verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl