ABRvS 22 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2056
Bij e-mailbericht van 17 maart 2020 heeft de deken van de Orde van Advocaten Midden-Nederland verzoeken van [appellant] om advocaten aan te wijzen afgewezen. In deze procedure heeft [appellant] twee verzoeken bij de deken gedaan. Bij het eerste verzoek heeft [appellant] de deken verzocht een vervangende advocaat aan te wijzen, omdat de advocaat die hem eerder bijstond per 1 januari 2017 van het tableau is uitgeschreven. Bij het tweede verzoek heeft [appellant] de deken verzocht een advocaat aan te wijzen voor het starten dan wel voortzetten van een vorderingsprocedure tegen een advocaat. De rechtbank heeft geoordeeld dat de deken geen dwangsom verschuldigd is aan [appellant], omdat hij het besluit van 26 juni 2020 heeft genomen op de laatste dag van de termijn van twee weken na de dag waarop hij in gebreke is gesteld. Verder heeft de rechtbank geoordeeld dat tegen een beslissing op grond van artikel 13 van de Advocatenwet alleen beklag kan worden gedaan bij het Hof van Discipline.
De uitspraak op rechtspraak.nl