Art. 29 IVRK
Verdrag inzake de rechten van het kind (IVRK)
1. De Staten die partij zijn, komen overeen dat het onderwijs aan het kind dient te zijn gericht op:
a. de zo volledig mogelijke ontplooiing van de persoonlijkheid, talenten en geestelijke en lichamelijke vermogens van het kind;
b. het bijbrengen van eerbied voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, en voor de in het Handvest van de Verenigde Naties vastgelegde beginselen;
c. het bijbrengen van eerbied voor de ouders van het kind, voor zijn of haar eigen culturele identiteit, taal en waarden, voor de nationale waarden van het land waar het kind woont, het land waar het is geboren, en voor andere beschavingen dan de zijne of hare;
d. de voorbereiding van het kind op een verantwoord leven in een vrije samenleving, in de geest van begrip, vrede, verdraagzaamheid, gelijkheid van geslachten, en vriendschap tussen alle volken, etnische, nationale en godsdienstige groepen en personen behorend tot de oorspronkelijke bevolking;
e. het bijbrengen van eerbied voor de natuurlijke omgeving.
2. Geen enkel gedeelte van dit artikel of van artikel 28 mag zo worden uitgelegd dat het de vrijheid aantast van individuele personen en rechtspersonen, onderwijsinstellingen op te richten en daaraan leiding te geven, evenwel altijd met inachtneming van de in het eerste lid van dit artikel vervatte beginselen, en van het vereiste dat het aan die instellingen gegeven onderwijs voldoet aan de door de Staat vastgestelde minimumnormen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 21 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:658
- CRvB 20 oktober 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BO3581
- ABRvS 26 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1979
- Rb. Den Haag 13 november 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:15232
- Hof Den Haag 24 februari 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:2002
- Rb. Utrecht 29 mei 2007, ECLI:NL:RBUTR:2007:BA5905
- Rb. Utrecht 29 mei 2007, ECLI:NL:RBUTR:2007:BA5889
- Rb. Rotterdam 17 maart 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:1951
- Rb. Noord-Holland 13 februari 2014, ECLI:NL:RBNHO:2014:1473
- Rb. Noord-Holland 13 februari 2014, ECLI:NL:RBNHO:2014:1470
- Rb. Haarlem 17 oktober 2011, ECLI:NL:RBHAA:2011:BU6957
- Rb. Den Haag 18 januari 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:BY9459
- Rb. Breda 7 juni 2011, ECLI:NL:RBBRE:2011:BR0408
- Rb. Amsterdam 4 juli 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BR6546
- Conclusie A-G Ibili 7 februari 2025, ECLI:NL:PHR:2025:167
- Conclusie A-G van Kempen 4 november 2025, ECLI:NL:PHR:2025:1164
- Conclusie A-G van Kempen 4 november 2025, ECLI:NL:PHR:2025:1163
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 11 augustus 2021, ECLI:NL:OGHACMB:2021:206
- Hof 's-Gravenhage 9 mei 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:BX3361
- Hof Amsterdam 22 oktober 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:2925