Rb. Den Haag 13 november 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:15232
De Staat is niet verplicht allochtone kinderen op de basisschool les te geven in hun moedertaal. Dat heeft de rechtbank Den Haag beslist in een procedure die een aantal Turkse belangenorganisaties in Nederland had aangespannen tegen de Staat. De belangenorganisaties waren van mening dat de Staat in strijdt handelt met verschillende internationale verdragen en Europese wetgeving door het onderwijs van allochtone talen niet te ondersteunen. De rechtbank ging daar niet in mee, omdat de Nederlandse wetgever een bepaalde mate van beleidsvrijheid heeft. In ons land hadden gemeenten tot 2004 de mogelijkheid onderwijs van allochtone talen aan te bieden. Vanaf 2004 is de overheid daarmee gestopt. De rechtbank heeft geoordeeld dat uit de verdragsbepalingen waarop de belangenorganisaties zich hebben beroepen niet een recht volgt op onderwijs van de allochtone moedertaal aan kinderen in het basisonderwijs. Ook kunnen de organisaties niet rechtstreeks een beroep doen op deze verdragsbepalingen om dit onderwijs af te dwingen in Nederland. Hoewel onderwijs van de allochtone moedertaal bepaalde voordelen zou kunnen hebben voor allochtone kinderen, mag de Staat zelf bepalen of het aanbieden van onderwijs van de allochtone moedertaal wenselijk is. De Staat is dus niet verplicht om dat onderwijs te faciliteren.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 1 Gw
- Artikel 93 Gw
- Artikel 3:305a BW3
- Artikel 2 Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden
- Artikel 26 UVRM
- Artikel 15 Europees Verdrag inzake de rechtspositie van migrerende werknemers
- Artikel 3 IVRK
- Artikel 6 IVRK
- Artikel 28 IVRK
- Artikel 29 IVRK
- Artikel 12 IVESCR
- Artikel 13 IVESCR
- Artikel 14 IVESCR
- Artikel 15 IVESCR