Art. 24 IVRK
Verdrag inzake de rechten van het kind (IVRK)
1. De Staten die partij zijn, erkennen het recht van het kind op het genot van de grootst mogelijke mate van gezondheid en op voorzieningen voor de behandeling van ziekte en het herstel van de gezondheid. De Staten die partij zijn, streven ernaar te waarborgen dat geen enkel kind zijn of haar recht op toegang tot deze voorzieningen voor gezondheidszorg wordt onthouden.
2. De Staten die partij zijn, streven de volledige verwezenlijking van dit recht na en nemen passende maatregelen, met name:
a. om baby- en kindersterfte te verminderen;
b. om de verlening van de nodige medische hulp en gezondheidszorg aan alle kinderen te waarborgen, met nadruk op de ontwikkeling van de eerste-lijnsgezondheidszorg;
c. om ziekte, ondervoeding en slechte voeding te bestrijden, mede binnen het kader van de eerste-lijnsgezondheidszorg, door onder andere het toepassen van gemakkelijk beschikbare technologie en door het voorzien in voedsel met voldoende voedingswaarde en zuiver drinkwater, de gevaren en risico's van milieuverontreiniging in aanmerking nemend;
d. om passende pre- en postnatale gezondheidszorg voor moeders te waarborgen;
e. om te waarborgen dat alle geledingen van de samenleving, met name ouders en kinderen, worden voorgelicht over, toegang hebben tot onderwijs over, en worden gesteund in het gebruik van de fundamentele kennis van de gezondheid van en de voeding van kinderen, de voordelen van borstvoeding, hygiëne en sanitaire voorzieningen en het voorkomen van ongevallen;
f. om preventieve gezondheidszorg, begeleiding voor ouders, en voorzieningen voor en voorlichting over gezinsplanning te ontwikkelen.
3. De Staten die partij zijn, nemen alle doeltreffende en passende maatregelen teneinde traditionele gebruiken die schadelijk zijn voor de gezondheid van kinderen af te schaffen.
4. De Staten die partij zijn, verbinden zich ertoe internationale samenwerking te bevorderen en aan te moedigen teneinde geleidelijk de algehele verwezenlijking van het in dit artikel erkende recht te bewerkstelligen. Wat dit betreft wordt in het bijzonder rekening gehouden met de behoeften van ontwikkelingslanden.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof Den Haag 19 maart 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:363
- Rb. Den Haag 19 augustus 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:9755
- Conclusie A-G Timmerman 13 december 2013, ECLI:NL:PHR:2013:2379
- CRvB 23 mei 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BW7031
- CRvB 30 december 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BV0735
- ABRvS 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:638
- ABRvS 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:720
- Rb. Amsterdam 10 juli 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:6304
- ABRvS 10 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:550
- Rb. Den Haag 1 februari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:860
- Hof Den Haag 26 november 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:3032
- ABRvS 27 april 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA4654
- Rb. Zeeland-West-Brabant 10 december 2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:6315
- Rb. Zeeland-West-Brabant 10 december 2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:6275
- Rb. Zwolle-Lelystad 9 juni 2011, ECLI:NL:RBZLY:2011:BR3569
- Rb. Zwolle-Lelystad 19 april 2011, ECLI:NL:RBZLY:2011:BQ3967
- Rb. 's-Gravenhage 2 maart 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BM2383
- Rb. 's-Gravenhage 24 juli 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BF0906
- Rb. Rotterdam 30 augustus 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:7271
- Rb. Rotterdam 6 september 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BO1013