Art. 28 IVRK
Verdrag inzake de rechten van het kind (IVRK)
1. De Staten die partij zijn, erkennen het recht van het kind op onderwijs, en teneinde dit recht geleidelijk en op basis van gelijke kansen te verwezenlijken, verbinden zij zich er met name toe:
a. primair onderwijs verplicht te stellen en voor iedereen gratis beschikbaar te stellen;
b. de ontwikkeling van verschillende vormen van voortgezet onderwijs aan te moedigen, met inbegrip van algemeen onderwijs en beroepsonderwijs, deze vormen voor ieder kind beschikbaar te stellen en toegankelijk te maken, en passende maatregelen te nemen zoals de invoering van gratis onderwijs en het bieden van financiële bijstand indien noodzakelijk;
c. met behulp van alle passende middelen hoger onderwijs toegankelijk te maken voor een ieder naar gelang zijn capaciteiten;
d. informatie over en begeleiding bij onderwijs- en beroepskeuze voor alle kinderen beschikbaar te stellen en toegankelijk te maken;
e. maatregelen te nemen om regelmatig schoolbezoek te bevorderen en het aantal kinderen dat de school vroegtijdig verlaat, te verminderen.
2. De Staten die partij zijn, nemen alle passende maatregelen om te verzekeren dat de wijze van handhaving van de discipline op scholen verenigbaar is met de menselijke waardigheid van het kind en in overeenstemming is met dit Verdrag.
3. De Staten die partij zijn, bevorderen en stimuleren internationale samenwerking in aangelegenheden die verband houden met onderwijs, met name teneinde bij te dragen tot de uitbanning van onwetendheid en analfabetisme in de gehele wereld, en de toegankelijkheid van wetenschappelijke en technische kennis en moderne onderwijsmethoden te vergroten. In dit opzicht wordt met name rekening gehouden met de behoeften van de ontwikkelingslanden.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 14 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:613
- ABRvS 5 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3953
- Rb. Den Haag 19 augustus 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:9755
- HR 21 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:658
- Rb. Den Haag 6 oktober 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:10863
- CRvB 20 oktober 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BO3581
- Rb. Den Haag 1 maart 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:1671
- Rb. Den Haag 6 oktober 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:10443
- Rb. Den Haag 6 juli 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:8076
- Rb. Den Haag 13 november 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:15232
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 21 juni 2016, ECLI:NL:OGHACMB:2016:62
- Hof Den Haag 24 februari 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:2002
- CRvB 21 juli 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1848
- ABRvS 6 maart 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE0349
- Rb. Zwolle-Lelystad 22 april 2011, ECLI:NL:RBZLY:2011:BQ5657
- Rb. Zwolle-Lelystad 22 oktober 2008, ECLI:NL:RBZLY:2008:BH3046
- Rb. 's-Gravenhage 17 april 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BD9510
- Rb. 's-Gravenhage 4 maart 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AE2489
- Rb. Rotterdam 15 mei 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:6136
- Rb. Rotterdam 17 maart 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:1951