Art. 31 IVRK
Verdrag inzake de rechten van het kind (IVRK)
1. De Staten die partij zijn, erkennen het recht van het kind op rust en vrije tijd, op deelneming aan spel en recreatieve bezigheden passend bij de leeftijd van het kind, en op vrije deelneming aan het culturele en artistieke leven.
2. De Staten die partij zijn, eerbiedigen het recht van het kind volledig deel te nemen aan het culturele en artistieke leven, bevorderen de verwezenlijking van dit recht, en stimuleren het bieden van passende en voor ieder gelijke kansen op culturele, artistieke en recreatieve bezigheden en vrijetijdsbesteding.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Zeeland-West-Brabant 9 maart 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1564
- ABRvS 11 augustus 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BN3730
- ABRvS 15 maart 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BL8649
- Rb. 's-Gravenhage 23 april 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AF7654
- Rb. Den Haag 13 februari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:1980
- Rb. Den Haag 22 oktober 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:14097
- Rb. Amsterdam 28 november 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:7529
- CRvB 8 april 2005, ECLI:NL:CRVB:2005:AT4112