Art. 190 Sv, Het verrichten van onderzoekshandelingen door de rechter-commissaris
Wetboek van Strafvordering (Sv)
1. De rechter-commissaris stelt de identiteit van de verdachten, getuigen en deskundigen vast op de wijze, bedoeld in artikel 27a, eerste lid, eerste volzin. De rechter-commissaris is tevens bevoegd de identiteit van de verdachten vast te stellen op de wijze, bedoeld in artikel 27a, tweede lid, en van de getuigen op de wijze, bedoeld in artikel 27a, eerste lid, tweede volzin, indien over hun identiteit twijfel bestaat. Artikel 29c, tweede lid, is ten aanzien van de getuigen van overeenkomstige toepassing.
2. Indien de verdachte bekend is, vraagt de rechter-commissaris de getuigen en deskundigen, of zij bloed- of aanverwant zijn van de verdachte en zo ja, in welke graad.
3. De rechter-commissaris kan hetzij ambtshalve, hetzij op de vordering van de officier van justitie of op het verzoek van de verdachte of van de getuige, bepalen dat het vragen naar een gegeven als bedoeld in het eerste of tweede lid, achterwege zal worden gelaten, indien er gegrond vermoeden bestaat dat de getuige in verband met het afleggen van zijn verklaring overlast zal ondervinden of in de uitoefening van zijn beroep zal worden belemmerd. De rechter-commissaris neemt de maatregelen die redelijkerwijs nodig zijn om onthulling van dit gegeven te voorkomen.
4. De rechter-commissaris maakt in zijn proces-verbaal melding van de redenen waarom het bepaalde in het derde lid toepassing heeft gevonden.
5. In geval van een verhoor van een bedreigde getuige vinden het eerste en tweede lid geen toepassing.
6. In geval van een verhoor van een afgeschermde getuige wiens identiteit verborgen wordt gehouden, blijven het eerste en tweede lid buiten toepassing.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 28 maart 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU5471
- HR 4 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:230
- HR 18 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA3300
- HR 24 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:666
- HR 12 mei 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG6608
- HR 11 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:814
- HR 18 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:722
- Rb. Amsterdam 14 januari 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:132
- Rb. Amsterdam 21 mei 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:2585
- HR 18 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:723
- Rb. 's-Gravenhage 22 oktober 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BE9245
- Rb. Amsterdam 1 september 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:4402
- Conclusie A-G Hofstee 7 april 2015, ECLI:NL:PHR:2015:909
- HR 10 oktober 2023, ECLI:NL:HR:2023:1419
- Hof 's-Gravenhage 1 maart 2007, ECLI:NL:GHSGR:2007:AZ9644
- Hof Amsterdam 24 juni 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:2470
- Rb. Rotterdam 7 augustus 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:BX3785
- Rb. Den Haag 10 april 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:3591
- Rb. Amsterdam 22 maart 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:1663
- Conclusie A-G Keulen 19 maart 2024, ECLI:NL:PHR:2024:309