Art. 191 Sv, Het verrichten van onderzoekshandelingen door de rechter-commissaris
Wetboek van Strafvordering (Sv)
1. Indien een verdachte, getuige of deskundige de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst, kan de rechter-commissaris een tolk oproepen.
2. Indien een verdachte of getuige niet of slechts zeer gebrekkig kan horen of spreken, bepaalt de rechter-commissaris dat de bijstand van een daartoe geschikte persoon als tolk wordt ingeroepen dan wel dat de vragen of de antwoorden schriftelijk zullen geschieden.
3. Indien de tolk geen beëdigde tolk in de zin van de Wet beëdigde tolken en vertalers is, beëdigt de rechter-commissaris de tolk dat hij zijn taak naar zijn geweten zal vervullen alvorens de tolk zijn werkzaamheden aanvangt.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS A-G Keus 12 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1034
- HR 25 september 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX5063
- Hof Amsterdam 9 oktober 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:3968
- Rb. Amsterdam 11 november 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:9107
- Rb. Amsterdam 10 juni 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:3875
- Conclusie A-G Bleichrodt 11 februari 2025, ECLI:NL:PHR:2025:184
- Conclusie A-G Harteveld 15 april 2014, ECLI:NL:PHR:2014:543
- Conclusie A-G Knigge 25 september 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BX5063
- Conclusie A-G Van den Berge 17 april 1996, ECLI:NL:PHR:1996:AA1826
- HR 17 april 1996, ECLI:NL:HR:1996:AA1826