Art. 187d Sv, Het verrichten van onderzoekshandelingen door de rechter-commissaris
Wetboek van Strafvordering (Sv)
1. De rechter-commissaris kan hetzij ambtshalve, hetzij op de vordering van de officier van justitie of het verzoek van de verdachte of diens raadsman of de getuige beletten dat antwoorden op vragen betreffende een bepaald gegeven ter kennis komen van de officier van justitie, de verdachte en diens raadsman, indien er gegrond vermoeden bestaat dat door de openbaarmaking van dit gegeven:
a. de getuige ernstige overlast zal ondervinden of in de uitoefening van zijn ambt of beroep ernstig zal worden belemmerd,
b. een zwaarwegend opsporingsbelang wordt geschaad, of
c. het belang van de staatsveiligheid wordt geschaad.
2. De rechter-commissaris maakt in zijn proces-verbaal melding van de redenen waarom het bepaalde in het eerste lid toepassing heeft gevonden.
3. De rechter-commissaris neemt de maatregelen die redelijkerwijs nodig zijn om onthulling van een gegeven als in het eerste lid bedoeld, te voorkomen. Hij is daartoe bevoegd gegevens in processtukken onvermeld te laten.
4. Ingeval de rechter-commissaris belet dat een antwoord ter kennis komt van de officier van justitie, de verdachte of diens raadsman, doet hij in het proces-verbaal opnemen dat de gestelde vraag is beantwoord.
5. Hoger beroep of beroep in cassatie is tegen een beslissing op grond van het eerste lid niet toegelaten.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof Amsterdam 29 juni 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:2497
- HR 4 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:487
- Conclusie A-G Langemeijer 12 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:594
- Conclusie A-G Harteveld 18 december 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1389
- Hof Amsterdam 29 juni 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:2501
- Hof Amsterdam 29 juni 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:2496
- Rb. Noord-Holland 4 mei 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:3833
- Rb. Amsterdam 21 mei 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:2585
- Rb. Amsterdam 29 januari 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:CA4041
- HR 18 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2334
- HR 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC9532
- Rb. Rotterdam 30 september 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:9412
- Rb. Noord-Holland 4 mei 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:3899
- Rb. Noord-Holland 21 april 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:3650
- Rb. Noord-Holland 23 juli 2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:6213
- Rb. Den Haag 14 oktober 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:12507
- Rb. Amsterdam 29 januari 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:BY9841
- Conclusie A-G Hofstee 7 april 2015, ECLI:NL:PHR:2015:909
- HR 3 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:155
- Hof Amsterdam 29 juni 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:2618