HR 24 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:666
Uitvoer 30 kg heroïne. Vervolg op ECLI:NL:HR:2010:BL7709. Verleende status van bedreigde getuige ex art. 226a Sv aan politie-infiltranten A en B en van beperkt anonieme getuige ex art. 190.3 Sv aan hun begeleiders C en D. 1. Toekennen status bedreigde getuige en positie zittingsrechter. Verhoor getuigen door RC m.b.v. vermomming, stemvervorming en getuigenbox. Ondervragingsrecht ex art. 6.3d EVRM. 2. Motiveringsplicht ex art. 360.1 Sv. 3. Verjaring voorhanden hebben munitie en geluidsdemper, art. 26.1 en 13.1 WWM. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2006:AU5471 m.b.t. door wetgever willen onttrekken aan oordeel zittingsrechter of getuige terecht als bedreigde getuige is aangemerkt behoudens zodanige aan bevel klevende fundamentele gebreken dat gebruikmaking van resultaten van nadien ex art. 226d Sv afgenomen verhoor zou indruisen tegen recht op eerlijk proces. ’s Hofs in de bestreden uitspraak besloten liggende oordeel dat een omstandigheid als hiervoor bedoeld zich m.b.t. bevel t.a.v. bedreigde getuigen A en B in deze zaak – waarin overigens geen sprake was van een verhoor a.b.i. art. 226d.1 Sv, maar van een verhoor in het bijzijn van verdachte en zijn raadsman, zij het met gebruikmaking van maatregelen om herkenning van de bedreigde getuigen te voorkomen – niet heeft voorgedaan, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting omtrent de in het middel bedoelde verdragsbepalingen (art. 6 EVRM) en is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Ad 2. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:1997:ZD0799 en ECLI:NL:HR:2014:230 m.b.t. gebruik van verklaring van onder codenummers bekend zijnde verbalisant, die naderhand door RC ex art. 190.3 Sv is gehoord, en motiveringsplicht ex art. 360.1 Sv. Falende motiveringsklacht t.a.v. C en D: Hof heeft kennelijk en niet onbegrijpelijk geoordeeld dat reden beperkte anonimiteit voortvloeit uit functie van onder codenummer aangeduide opsporingsambtenaren die leiding gaven aan politieel infiltratieteam, terwijl verdediging gelegenheid heeft gehad de getuigen t.o.v. RC over inhoud p-v’s te ondervragen. Eveneens falende motiveringsklacht t.a.v. A en B: Hof heeft kennelijk en niet onbegrijpelijk geoordeeld dat reden verlenen status bedreigde getuigen voortvloeit uit functie van onder codenummer aangeduide politieambtenaren en door hen uitgevoerde infiltratie-operatie, terwijl verdediging gelegenheid heeft gehad de getuigen t.o.v. RC over inhoud pv’s te ondervragen en Hof heeft vastgesteld dat van zijde verdediging niet is betwist dat het bij de t.o.v. RC gehoorde getuigen om de politie-infiltranten ging die verdachte daadwerkelijk had ontmoet. Ad 3. HR ambtshalve: Recht tot strafvordering t.z.v. in maart 2005 gepleegde misdrijven wegens verjaring vervallen. Onvoldoende grond voor vermindering opgelegde straf, aangezien aard en ernst van hetgeen overigens is bewezenverklaard niet worden aangetast door partiële niet-ontvankelijkverklaring van OvJ in de vervolging.
De uitspraak op rechtspraak.nl