HR 10 oktober 2023, ECLI:NL:HR:2023:1419

Voorbereiding van moord op partner van zijn ex-echtgenote door vuurwapen te kopen van verbalisant (politie informant), art. 46 jo. 289 Sr. Post-Keskin. Afwijzingen bij tussenarrest en bij eindarrest van (voorwaardelijke) verzoeken tot horen van verbalisant als getuige o.g.v. noodzaakcriterium. Afwijzingen verenigbaar met recht op eerlijk proces? 1. Afwijzing bij tussenarrest van bij e-mail gedaan en ttz. in hoger beroep gehandhaafd verzoek. 2. Afwijzing bij eindarrest (in gewijzigde samenstelling) van op nadere tz. in h.b. herhaald voorwaardelijk verzoek. Ad 1. ’s Hofs afwijzende beslissing bij tussenarrest van 12-5-2021 is beslissing in de zin van art. 328 en 331.1 jo. 315 Sv, welke bepalingen o.g.v. art. 415 Sv ook in h.b. van toepassing zijn. Op die beslissing heeft art. 322.4 Sv geen betrekking. Nu, gelet op procesverloop, ervan moet worden uitgegaan dat onderzoek op tz. van 14-7-2022 opnieuw is aangevangen en ‘s hofs einduitspraak niet mede berust op tussenarrest waarop deze klacht het oog heeft, is middel in zoverre tevergeefs voorgesteld. Ad 2. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2021:576 m.b.t. beoordeling van verzoeken tot oproepen en horen van getuigen door feitenrechter in situatie dat verzoek betrekking heeft op getuige t.a.v. wie verdediging het ondervragingsrecht nog niet heeft kunnen uitoefenen, terwijl deze getuige al (in vooronderzoek of anderszins) verklaring heeft afgelegd met belastende strekking, en beoordeling of horen van getuige voor bewijsvoering van geen enkel belang zal zijn of geen toegevoegde waarde zal hebben. ‘s Hofs afwijzing van verzoek tot horen van verbalisant als getuige is niet zonder meer begrijpelijk, in aanmerking genomen dat Rb en hof de bewezenverklaring hebben aangenomen mede o.g.v. de door verdachte betwiste verklaring van getuige zonder dat verdediging deze getuige heeft kunnen ondervragen, terwijl hof niet ervan blijk heeft gegeven te hebben nagegaan of procedure in haar geheel voldoet aan het door art. 6 EVRM gewaarborgde recht op eerlijk proces. Dat verdachte in gesprekken met zijn broer voornemen kenbaar heeft gemaakt om zich vuurwapen te verschaffen, leidt niet tot andere uitkomst, omdat o.g.v. (opnames van) die gesprekken het door verdachte betwiste verloop van gebeurtenissen niet al buiten redelijke twijfel is komen vast te staan. Ook enkele omstandigheid dat begeleider van verbalisant bij Rh-C is gehoord (overigens zonder dat verklaring van die begeleider voor bewijs is gebruikt) brengt niet met zich dat belang bij horen van deze verbalisant ontbreekt. HR merkt hierbij nog op dat, waar het gaat om optreden van politie informant, bieden van gelegenheid tot stellen van vragen onder omstandigheden vanwege belangen van opsporing en/of getuige met zekere beperkingen gepaard mag gaan, bijvoorbeeld doordat toepassing wordt gegeven aan art. 190.3 Sv of doordat alleen gelegenheid wordt geboden tot schriftelijk doen stellen van vragen, al dan niet met het oog op opmaken van aanvullend p-v door betreffende opsporingsambtenaar. Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing. CAG: anders.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken