HR 12 mei 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG6608
Art. 190 Sv jo. 360 Sv. Betrouwbaarheid anonieme getuigenverklaring. HR herhaalt relevante overweging uit HR LJN AE1195 en LJN BF2082. I.c. is geen sprake van ‘een persoon wiens identiteit niet blijkt’ a.b.i. art. 344a.3 Sv. Kennelijk is de getuige gehoord door de r-c op de voet van art 190.2 Sv. Uit de ingevolge art. 360.1 Sv vereiste motivering van het gebruik van een aldus afgelegde verklaring dient allereerst de reden voor toekenning van beperkte anonimiteit te blijken, en voorts zal moeten blijken dat de toekenning daarvan geen afbreuk heeft gedaan aan het ondervragingsrecht van de verdediging (vgl. HR LJN ZD0799). Het middel dat kennelijk beoogt te klagen dat die vereiste motivering in de bestreden uitspraak ontbreekt, is gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl