Conclusie A-G Bleichrodt 16 december 2025, ECLI:NL:PHR:2025:1391
Conclusie PG. Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, terwijl deze bedreiging schriftelijk en onder een bepaalde voorwaarde geschiedt en terwijl deze wordt gepleegd tegen een persoon in diens hoedanigheid van Minister (art. 285 lid 1 i.s.m. art. 285 lid 2 en art. 285 lid 5 Sr). Klachten over afwijking van het uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat het feit de verdachte wegens een psychische stoornis niet kan worden toegerekend (M1) en dat bij de aangever door de gedane uitlatingen geen redelijke vrees kon ontstaan (M2). Tevens (rechts)klacht over het oordeel van het hof dat de bedreiging is geschied onder een voorwaarde a.b.i. art. 285 lid 2 Sr (M3). M1 en M2 falen. M3: de PG is van oordeel dat een voorwaarde a.b.i. art. 285 lid 2 Sr geschikt dient te zijn de keuze- en handelingsvrijheid van de geadresseerde nader in te perken. M3 klaagt daarover op zichzelf terecht, maar het middel hoeft niet tot cassatie te leiden. De PG geeft de Hoge Raad in overweging te volstaan met een verbeterde lezing van de kwalificatie.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 22 april 2025, ECLI:NL:HR:2025:643
- HR 18 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:413
- HR 11 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:172
- HR 28 januari 2025, ECLI:NL:HR:2025:124
- HR 15 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1446
- HR 24 januari 2023, ECLI:NL:HR:2023:84
- HR 24 januari 2023, ECLI:NL:HR:2023:91
- HR 5 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:831
- HR 20 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:381
- HR 20 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:245
- HR 30 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:112
- HR 27 augustus 2013, ECLI:NL:HR:2013:486
- HR 6 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU6094
- HR 27 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BS1708
- HR 29 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BB8977
- HR 19 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA3598
- HR 20 februari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ5717
- HR 11 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU9130
- HR 7 juni 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT3659
- HR 3 februari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AN9309