HR 6 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU6094

1. Verwerping verweer aangaande onbevoegdheid Rb. 2. Bewijsklacht. Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Ad 1. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting is de verdediging in de gelegenheid geweest om bij de behandeling van de zaak in eerste aanleg een beroep te doen op de onbevoegdheid van de Rb. Zij heeft daarvan kennelijk afgezien aangezien het belang van verdachte daarmee niet was gediend. Gelet daarop kon de verdediging niet alsnog in hoger beroep met vrucht een beroep doen op de onbevoegdheid van de Rb. Ad 2. Voor een veroordeling tzv bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht is o.m. vereist dat de bedreigde daadwerkelijk op de hoogte is geraakt van de bedreiging (vgl. HR LJN BG6562). Het schrijven van de Voorzitter van het Hof van Discipline houdt in dat de griffier en de ter griffie werkzame medewerkers zich door de in de aan de griffier gerichte brief van verdachte gedane uitlatingen daadwerkelijk bedreigd voelen. Daaruit kan worden afgeleid dat de in de bewezenverklaring bedoelde griffiemedewerkers op de hoogte waren geraakt van de bedreigende uitlatingen van verdachte. De bewezenverklaring kan uit de bewijsvoering worden afgeleid. De door het Hof gegeven nadere bewijsoverweging doet daaraan niet af.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen