Art. 378 Sv, Bijzondere bepalingen voor het rechtsgeding voor de politierechter
Wetboek van Strafvordering (Sv)
1. De politierechter geeft na de sluiting van het onderzoek op de terechtzitting hetzij onmiddellijk hetzij diezelfde dag op een door hem bij de sluiting van het onderzoek te bepalen uur mondeling vonnis.
2. Het vonnis wordt in het proces-verbaal der terechtzitting aangetekend op de wijze door Onze Minister van Veiligheid en Justitie te bepalen
a. indien de politierechter dit ambtshalve, op de vordering van de officier van justitie of op het verzoek van de verdachte of zijn raadsman, bij de uitspraak bepaalt;
b. indien de officier van justitie, de verdachte of zijn raadsman, dan wel de benadeelde partij uiterlijk drie maanden na de uitspraak daartoe een vordering indient of het verzoek doet;
c. indien een gewoon rechtsmiddel tegen het vonnis is aangewend, tenzij het aanwenden van het rechtsmiddel meer dan drie maanden na de uitspraak is geschied of sprake is van een vonnis als bedoeld in artikel 410a, eerste lid;
d. indien het vonnis bij verstek is gewezen en de dagvaarding niet in persoon is betekend en zich geen omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de terechtzitting of nadere terechtzitting aan de verdachte bekend was, terwijl op de terechtzitting getuigen of deskundigen zijn gehoord dan wel een benadeelde partij zich in het strafproces heeft gevoegd, tenzij sprake is van een vonnis als bedoeld in artikel 410a, eerste lid.
3. Zodra het proces-verbaal der terechtzitting is getekend, kunnen de verdachte, zijn raadsman of de benadeelde partij daarvan kennis nemen. De politierechter verstrekt desgevraagd een afschrift van het proces-verbaal aan de verdachte, zijn raadsman of de benadeelde partij.
4. Artikel 365, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 6 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2026
- CRvB 23 april 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:1449
- HR 9 december 2003, ECLI:NL:HR:2003:AK3574
- HR 17 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:602
- Hof Arnhem-Leeuwarden 22 augustus 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:7239
- HR 5 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:1
- Hof Arnhem-Leeuwarden 23 mei 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:3934
- Conclusie A-G Aben 10 januari 2023, ECLI:NL:PHR:2023:13
- HR 16 september 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD3654
- Conclusie A-G Bleichrodt 27 oktober 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2298
- HR 16 mei 2023, ECLI:NL:HR:2023:725
- HR 5 december 2023, ECLI:NL:HR:2023:1698
- HR 14 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:237
- HR 1 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2454
- HR 16 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007:BB2951
- Conclusie A-G Harteveld 28 juni 2022, ECLI:NL:PHR:2022:574
- HR 17 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1731
- Conclusie A-G Hofstee 1 november 2022, ECLI:NL:PHR:2022:983
- Conclusie A-G Hofstee 2 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:533
- Conclusie A-G Vegter 1 oktober 2019, ECLI:NL:PHR:2019:943